05-05-2015

I Origins



I Origins is een hedendaags drama dat de grenzen tussen wetenschap en spiritualiteit verkent. Dat het verhaal soms onverwachte wendingen neemt die niet altijd even logisch zijn, kan je zien als stijlkeuze of misser.


We ontmoeten PhD student Ian (Michael Pitt) die op het balkon van een Halloweenfeestje de ogen fotografeert van een gemaskerde vrouw. Ze hebben seks, totdat Ian vraagt of ze hier geen spijt van gaat krijgen. Ian is een beetje een nerd en heeft het nog niet helemaal begrepen. Zij bedenkt dat ze hier waarschijnlijk spijt van gaat krijgen. Hij blijft alleen achter.

Ian's fascinatie met ogen zien we terug in zijn foto's en zijn werk. Hij onderzoekt de evolutie van het oog, om zo een creationistische theorie van een intelligente ontwerper (lees: God) te ontkrachten. Het oog zou namelijk te complex zijn om evolutionair tot stand te komen, ergo God. Beetje kort door de bocht, maar daar zijn creationisten ook niet vies van. Ian's intelligente, charmante stagiaire Karen (Brit Marling) staat hem bij en al snel vormen ze een hecht koppeltje labratten.


Ian gelooft in harde data en feiten, zo vertelt hij ons, maar laat zich van de wijs brengen door Sofi (Astrid Bergès-Frisbey). Ian voelt zich aangetrokken tot de mysterieuze, tamelijk kindse Sofi die claimt een zesde zintuig voor de spirituele wereld te hebben. Ze vormen een onwaarschijnlijk koppel dat al snel in de clinch ligt over fundamentele zaken. Spiritualiteit en wetenschap laten zich nu eenmaal niet zo makkelijk combineren.

De (al dan niet schijnbare) discrepantie tussen spiritualiteit en wetenschap vormt de leidraad van de film. Interessant daarbij is dat deze discrepantie zich binnen Ian ook af speelt. Een wetenschapper die een wetenschappelijke ontdekking doet is verhaaltechnisch gezien niet erg interessant. I Origins boeit pas op het moment dat Ian langzaam de wetenschappelijke benadering los laat en ruimte biedt aan niet-wetenschappelijke theorieën. Daarmee begeeft de film zich ook op glad en soms pretentieus ijs, hetgeen sommigen tegen het zere wetenschappelijke been zal stoten. Ik vond de film zelf echter intrigerend genoeg om me er niet aan te storen.


De vorige film van regisseur Mark Cahill, Another Earth, had net als deze film een hedendaagse setting met een kleine sci-fi twist, namelijk een tweede planeet Aarde die identiek is aan de onze. De twist hier ga ik niet verraden, daarvoor moet je echt de film zien, maar Cahill weet op dezelfde manier de kijker te fascineren met een realiteit die net even afwijkt van de onze.



Jimi: All Is By My Side



Gedurende Jimi: All Is By My Side periode zien we de introverte, vrij saaie Jimi die houdt van science fiction en warrige taal. Niet erg inspirerend. Niet erg interessant.



Jimi Hendrix (Outkastzanger Andre '3000' Benjamin) is een gitaarlegende, maar blijkt niet echt een persoonlijkheid off stage. Hij bazelt wat over science fiction boekjes en lijkt weinig geïnteresseerd in de wereld om hem heen. Model Linda Keith (Imogen Poots) leidt Jimi uit New Yorkse nachtclubs en stationeert hem in Londen, manager Chas Chandler (Andrew Buckley) leidt Jimi naar zijn befaamde optreden in Monterey en groupie/vriendin Kathy Etchingham (Hayley Atwell) leidt Jimi naar de Filistijnen.

Jimi Hendrix wordt geleefd en besluit nauwelijks iets zelf. De veelal rokerige scènes in donkere kroegen en studio's inspireren ook niet. Het is daardoor lastig om sympathie te hebben voor de protagonist, precies omdat hij niets wil en besluiteloos is. En omdat er ook niet echt sprake is van een verhaal, maar meer van losse scènes - die overigens soms echt nergens op slaan, zoals het optreden met Eric Clapton of Jimi's woedeuitbarsting in de kroeg - kent de film nauwelijks een spanningsboog. De film kent echter meer problemen.


Regisseur en schrijver John Ridley die ook het scenario voor 12 Years A Slave schreef, kreeg niet de rechten van de muziek van Jimi Hendrix, met als gevolg dat we dus geen enkel nummer van Jimi Hendrix horen. En dat in een film over Jimi Hendrix in een periode dat hij al 3 hits heeft. Onder andere Hey Joe. In plaats daarvan speelt hij covers van o.a. The Beatles.

Ander probleem is de hoofdrolspeler. Benjamin speelt Jimi bijzonder geloofwaardig, inclusief zijn houding en manier van praten, maar hij kan simpelweg geen gitaar spelen. Elke keer dat we Benjamin zien spelen - en dat is best vaak - speelt hij dus niet echt. En dat valt nogal op, want het gitaarspel dat je hoort komt dus totaal niet overeen met de beelden die je ziet. Als gitarist - en je verwacht dat meer gitaristen dit gaan zien - is dat nogal storend.


Jimi: All Is By My Side (wat een rare titel trouwens) heeft zodoende teveel mankementen die je beletten om lekker in de film te zitten. Het idee om een biopic te maken van iemand voordat hij bekend wordt, is een gewaagd idee, en hier pakt het niet lekker uit. Grootste boosdoeners zijn een gebrek aan herkenbare momenten voor Hendrix-fans en weinig sympathieke personages voor filmfans.

03-05-2015

Jupiter Ascending



Na Cloud Atlas storten de Wachowski siblings zich op een nieuw intergalactisch avontuur. Opnieuw veel spektakel en een lading special effects, maar helaas ook een dun verhaal en weinig interessante personages.


Jupiter Ascending is de nieuwe sci-fi creatie van Andy en Lana Wachowski. Het begint er echter steeds meer op te lijken dat na het succes van The Matrix de Wachowiski's niet in staat zijn nog een fatsoenlijke film af te leveren.

The Matrix moest het al niet hebben van zijn hoofdpersoon en Keanu Reeves speelt in principe zonder emotie of gezichtsuitdrukking. Toch was de hele opzet van de film briljant. En dan natuurlijk met name het verhaal, actiescènes, setting en choreografie. Omdat types als Morpheus en Agent Smith tot de verbeelding spraken, viel het gebrek aan een geloofwaardige hoofdpersoon niet zo op.

In Jupiter Ascending is het eigenlijk net andersom. Hoofdpersoon Jupiter (Mila Kunis) heeft simpelweg een kutleven, blijkt stiekem de Aarde geërfd te hebben en lijkt rechtstreeks uit een sprookje te komen. Totaal ongeloofwaardig, maar Mila Kunis weet er met haar charme nog wat van te maken. Ondanks het feit dat je eigenlijk niks weet over Jupiter (vader dood, kutleven, 'I hate my life' - dat is het) voel je toch met haar mee.


De rest van de cast kent minder succes. Zij worden zo hier en daar losjes voorzien van een achtergrondverhaal, maar zijn en blijven statische karakters. Zo redt lycantant Caine Wise (Channing Tatum) Jupiter van de dood, informeert Stinger (Sean Bean) haar over de 'echte' situatie op Aarde - een situatie die overigens verdacht veel op die in The Matrix lijkt - en is Balem Abrasax (Eddie Redmayne met stemproblemen) haar aartsvijand.

Terwijl Jupiter vrijwel hulpeloos het eerste uur van de film beleeft, wordt de kijker op de hoogte gebracht van wat er zoal in het universum gaande is. De familie Abrasax waar Lord Balem deel van uitmaakt, is een belangrijke dynastie en handelt in een goedje om mensen eeuwig te laten leven. Het goedje wordt overigens niet bepaald op ethische wijze verkregen en aan Jupiter de taak om deze wanpraktijken op te schorten.


Hier en daar kent Jupiter Ascending fijne scènes, zoals het diner dat Jupiter met charmeur Titus Abraxas (Douglas Booth) heeft. Of de scène met diens zus Kalique (Tuppence Middleton) die de handelswaar van haar dynastie demonstreert.

De Wachowski's hebben hun fantasie de vrije loop gelaten en een gigantisch aantal wezens, sets, planeten, rassen en samenlevingen gecreëerd. Dit alles is zoals je mag verwachten fraai vormgegeven, maar net als in Cloud Atlas komen de regisseurs in tijdnood. De hele reutemeteut aan aliens leidt eerder af dan het iets toevoegt, waardoor de essentie van de film niet naar een hoger plan getild wordt.

28-04-2015

Beyond The Reach



In de zinderende hitte van de Mojave Woestijn vindt een kat-en-muisspel plaats tussen een steenrijke jager en een vindingrijke speurder. Mocht je van lens flares houden, dan ben je aan het goede adres. Zoek je een enigszins degelijke film, dan niet.


In een klein, nietszeggend stadje midden in de Mojave Woestijn staat een Mercedes van een half miljoen geparkeerd. De eigenaar is Madec (Mischael Douglas) die speciaal hier is gekomen om op een 'bighorn' te jagen. Technisch gezien een schaap. Madec koopt de sheriff om en rekruteert 'the best tracker in town' Ben (Jeremy Irvine), die hij vervolgens ook omkoopt.

Wanneer Madec de volgende dag niet een schaap, maar een local doodschiet die zich toevallig op een berghelling bevindt, begint de ellende. Ben weigert nog meer steekpenningen aan te nemen en Madec is vastbesloten om Ben op te laten draaien voor het ongeluk. Hoe hij dat precies wilt doen is onduidelijk, maar onderdeel van Madecs lumineuze plan is om Ben om te laten komen in de woestijn.


Wat volgt is een vreemdsoortige jacht, waarbij Madec een door de woestijn strompelende Ben observeert vanuit zijn luxe auto. Ben kent het terrein en weet af en toe aan de aandacht van Madec te ontsnappen. Dit zou spanning op moeten leveren, maar dat lukt helaas niet.

Naast een totaal absurd en lachwekkend script biedt deze film papieren personages en een hoeveelheid lens flares waar Michael Bay nog jaloers op zou zijn. Michael Douglas speelt Madec heel aardig, maar zelfs zijn dure auto, Oostenrijkse jachtgeweer en klapstoel met martini's kunnen een gebrek aan inhoud niet verbloemen. Jeremy Irvine, met name bekend van War Horse, kan nog steeds niet acteren.

21-04-2015

The Gambler



Iedereen vindt kijken naar mensen die veel geld vergokken leuk, toch? Ik in ieder geval wel. En kijken naar films over mensen die gokken dan toch ook, in mijn geval. The Gambler dus, een film naar mijn hart. Althans, in theorie.


The Gambler is een  remake van de gelijknamige film uit 1974. Net als het leven van veel gokkers kent ook de film geen duidelijke eindbestemming. Het draait meer om James Bennett (Mark Wahlberg): een professor in de Engelse literatuur en een verstokte gokker. In één avond vergokt hij $240.000 en dient hij dit een week later terug te betalen aan twee loan sharks.

Jim Bennett is een personage die je vaker in de film ziet dan in het echt. Net iets te excentriek, iets te bijdehand en vooral veel te macho voor een prof Engelse literatuur. Mark Wahlberg weet er wel raad mee. Hij slaat tevens immer de spijker op de kop tijdens de hoorcolleges. Hoorcolleges die overigens vaak een filosofische inslag hebben en zelden literatuur lijken te behandelen. Bennett heeft zich gerealiseerd of aangepraat dat niemand op hem of zijn hoorcolleges zit te wachten en gebruikt zijn spreektijd om zijn frustraties te uiten, hetgeen vermakelijke scènes oplevert.


De prof is geen aimabele man. Hij is hard, harteloos, nihilistisch en egoïstisch. Zowel het gokken als het lesgeven lijken hem niet te interesseren, en toch doet hij beide. Lesgeven overdag, gokken in louche tenten 's nachts. Desondanks weet Mark Wahlberg de droge humor en scherpe dialogen van Bennett goed over te brengen. Hij krijgt daarmee toch nog wat karakter en het is net genoeg om je niet af te vragen wat hier nou echt aan de hand is.

Met Wahlbergs tegenspelers is het minder goed gesteld. Met name John Goodman (een derde loan shark en persoonlijk adviseur) weet nog iets te maken van zijn rol, maar de eendimensionale rol van Brie Larson (Bennetts slimste studente Amy Philips) luidt een geforceerde romance in die beter achterwege gelaten had kunnen worden. Bennetts steenrijke moeder (Jessica Lange) komt er al niet veel beter vanaf.


De grootste aantrekkingskracht van de film is de gelikte, stadse setting en de ambiance. The Gambler weet een bepaald onbestemd gevoel op te roepen, een gevoel dat Jim Bennett ook constant lijkt te hebben. De beelden zijn vaak prachtig en meeslepend, zonder clichématig dramatisch te zijn. Ook de muziek, vaak melancholisch, is goed gekozen. Zeker op de momenten dat er blackjack wordt gespeeld voor veel te veel geld doet The Gambler zijn naam eer aan. Dat er naar het einde van de film toe wat clichés insluipen kan ik de film wel vergeven.

20-02-2015

Sin City: A Dame to Kill For



Bijna tien jaar na de originele Sin City is er nu Sin City: A Dame To Kill For. Robert Rodriguez' laatste sequel Machete 2 was een regelrechte ramp. Vergaat het Sin City beter dan de messentrekkende Mexicaan? 


Regisseur Robert Rodriguez blijft trouw aan het concept hetgeen de eerste Sin City zo'n succes maakte. Zou ook raar zijn, anders. De grotendeels fel gecontrasteerde zwart-wit setting gemixt met enkele harde kleuren zijn ook hier weer van de partij en hebben hun aantrekkingskracht nog niet verloren. Stijl alleen kan genoeg zijn, maar in dit geval is dat niet zo. Daarvoor heeft Sin City: A Dame To Kill For teveel tekortkomingen. Hoewel de sequel stilistisch wellicht nog beter in elkaar steekt dan het origineel is het verhaal helaas maar half zo indrukwekkend.

Zoals de titel suggereert draait deel twee voornamelijk om een dame. De dame in kwestie is Ava, gespeeld door Eva Green. Nu staat Eva Green erom bekend in 90% van haar films uit de kleren te gaan en deze film is geen uitzondering, maar dit is wellicht de eerste film waarin ze 90% van de tijd naakt is. De reden voor haar exhibitionisme is het feit dat ze mannen wil verleiden met haar memmen. En dat lukt. Onder andere haar ex Dwight (Josh Brolin), haar bodyguard Manute (Dennis Haysbert) en een corrupte rechercheur (Christopher Meloni) vallen ervoor. Waarom ze mannen wil verleiden blijft echter onduidelijk.


Naast Ava en de mannen die achter haar aan hobbelen is ook senator Roark (Powers Boothe) wederom van de partij. Hij is de vader van die griezel uit het origineel, dat gele mannetje, en verzorgt een subplot waar danseres Nancy (Jessica Alba), gokker Johnny (Joseph Gordon Levitt) en Marv (Mickey Rourke) deel van uitmaken. Johnny wint teveel geld van Roark met poker en moet daar zwaar voor boeten, Nancy wil wraak omdat Roark haar redder uit het origineel - John Hartigan (Bruce Willis) - heeft vermoord en Marv (Mickey Rourke) heeft een zwak voor dames in nood.

Hoewel de personages constant praten en de voice-overs van hun eigen scènes verzorgen, wordt je nauwelijks geïnformeerd over beweegredenen van wie dan ook. Er wordt voornamelijk gesproken over de stad en over hoe slecht en corrupt alles is, maar wat de personages zelf bezig houdt komt niet of nauwelijks aan bod. Ook al zijn de monologen soms grappig en hier en daar goed geschreven, echt iets toevoegen doet het niet.


Het grootste minpunt is echter een totaal gebrek aan spanning. Hoeveel hoofden, armen en benen Miyo (Jamie Chung) er ook afhakt, hoe maniakaal Gail (Rosario Dawson) ook lacht terwijl ze automatische geweren hanteert, hoe hard Nancy ook probeert emotie over te brengen in de kleedkamer van de stripclub, nooit vraag je je af hoe dit af zal lopen.


The Theory of Everything



The Theory of Everything is genomineerd voor vijf Oscars, waaronder beste film, beste mannelijke hoofdrol en beste vrouwelijke hoofdrol. De verwachtingen liggen hoog, maar worden ze waargemaakt?

Stephen Hawking is een van de invloedrijkste fysici van de afgelopen decennia met zijn theorieën over tijd, zwarte gaten en het ontstaan van het universum. Hij lijdt daarnaast aan een zeldzame vorm van ALS, een op zichzelf al zeldzame ziekte. Genoeg materiaal voor een film dus.


Die film is The Theory of Everything geworden, naar het boek van Jane Hawking. De biopic begint op de universiteit van Cambridge, waar de kijker bekend raakt met een op dat moment nog mobiele Hawking. De charismatische, nerdy Hawking lost in een uurtje de meest onmogelijke wiskundige problemen op, maar blijkt vrouwen ook geen enigma's te vinden. Binnen no-time slaat hij Jane Wilde (Felicity Jones) aan de haak. Het gaat Hawking voor de wind. Totdat de artsen vaststellen dat hij ALS heeft. "U heeft nog twee jaar te leven."

Hawking takelt langzaam af, maar weigert hulp. De innerlijke strijd en sociale gevolgen worden goed verwerkt in de film. Eten en praten wordt steeds lastiger en Hawking moet uiteindelijk aan hulpmiddelen geloven. De zorgzame Jane treedt op de voorgrond door zichzelf op te offeren. Felicity Jones levert een fijne rol af als intelligente academica die steeds meer te lijden heeft onder Hawkings medische problemen en gedrag.


Eddie Redmayne steelt echter de show. Hij lijkt echt sprekend op Hawking. Knap ook hoe het spelen van de steeds minder valide wordende Hawking hem ogenschijnlijk moeiteloos lijkt af te gaan, terwijl de scènes niet eens in chronologische volgorde zijn opgenomen. Stephen Hawking verklaarde na het bijwonen van een screening dat hij soms dacht naar zichzelf te kijken. Een groot compliment. Wellicht gaat Redmayne de Oscar winnen van zijn goede vriend Benedict Cumberbatch (The Imitation Game) die 10 jaar geleden ook al Stephen Hawking vertolkte, al vond ik Cumberbatch als Alan Turing beter.

Dat brengt me bij The Imitation Game, tevens een biopic over een geniale Britse wetenschapper. Een betere film, want het kraken van de Enigma is het ultieme doel en zuigt de kijker in de film. Er staat wat op het spel. In The Theory of Everything is dit niet het geval. Hawkings theorie wordt - althans in de film - vrij snel voor waar aangenomen, iedereen weet dat-ie nog leeft, hij wordt nooit tegengewerkt en alle mijlpalen van Hawking worden netjes verfilmd, maar de urgentie ontbreekt.

06-11-2014

Lucy



Luc Besson wil zich graag van zijn filosofische kant laten zien met Lucy, waar science fiction elementen zich vermengen met existentialisme. Al snel blijkt dat Besson het beter bij actiefilms kan laten. 



Richard (Pilou Asbeak) en Lucy (Scarlett Johansson) staan voor een hotel. Hoe ze daar precies terecht zijn gekomen is niet bekend, maar een flashback vol shotjes in een luide discotheek in combinatie met Lucy's warrige kapsel indiceert dat ze het zelf ook niet weten. Hoe dan ook, ze staan er.

Richard wil dat Lucy een koffertje bezorgt. 'it's just paperwork', zegt Richard, waarna zowel Richard, Lucy als de kijker weet dat het uiteraard meer is dan 'just paperwork'. Lucy, een tikkie sletterig doch niet onaantrekkelijk, weigert. Richard dringt aan en boeit Lucy uiteindelijk aan het koffertje. Ja, het is zo'n koffertje. De eigenaar van het koffertje, Mr. Jang (Min-Sik Hoi), is de enige met de sleutel, aldus Richard. Dus daar gaat Lucy, met frisse tegenzin het hotel in. Voor degenen die nu nog niet doorhebben dat dit een val is, showt Luc Besson het publiek een shot van een muis en een muizenval. Voor de zekerheid, zeg maar.

Dat van de muizenval blijkt een terugkerend fenomeen. Tussen de scènes door zien we dierenfragmenten, alsof de filmrollen van Lucy en BBC Earth per ongeluk in dezelfde montagekamer terecht zijn gekomen. Terwijl Lucy het koffertje aflevert zien we een jachtluipaard achter een antilope aan rennen. Het jachtluipaard vangt en doodt de antilope. Richard wordt vermoord, Lucy wordt ontvoerd.


Lucy ontmoet Mr. Jang, een nogal moordzuchtige met bloed doordrenkte Koreaan. Of de stomerij dat maatpak schoon krijgt is maar zeer de vraag. Yangs royal suite is gevuld met lijken en het moorden houdt niet op als Lucy er is. Het koffertje is inmiddels open en blijkt een chemische substantie te bevatten dat de hersencapaciteit vergroot. Een beetje zoals Limitless. Op zeer vreemde, onlogische wijze met dito futuristische beelden krijgt Lucy het goedje binnen en evolueert ze tot een superwezen.

Lucy grijpt terug op een onorigineel concept, namelijk het feit dat wij 10% van ons brein gebruiken. De andere 90% blijft onbenut. Professor Norman (Morgan Freeman) legt het voor een volle collegezaal nog eens uit en impliceert dat meer cerebrale activiteit tot meer intelligentie en mogelijkheden leidt. Mogelijkheden zoals controle over andere mensen en materie.

Nu is dat vrij onzinnig. Verhoogde zintuigen en een hoge mate van intelligentie, daar wil ik best in mee gaan. Koreaans leren in een uur? Prima. Extreme regeneratie? Ook prima. Maar telekinese? Misschien komen we erachter dat de materie niet bestaat, of in een andere vorm dan we nu denken, maar dat meer cerebrale activiteit zou leiden tot telekinese is volstrekt belachelijk. Alles wat zich buiten ons brein bevindt kunnen we niet met ons brein beïnvloeden, omdat er geen verbindingen zijn tussen het brein en externe objecten. Bovendien kunnen we dankzij onze gelimiteerde intelligentie niet bevatten wat meer intelligentie of hersencapaciteit met ons zou doen. Maar Morgan Freeman zegt het, en als hij iets zegt klinkt het altijd wel aannemelijk.


Scarlett Johansson is na Natasha Romanoff wel gewend aan de femme fatale en heeft ook hier geen enkele moeite actie en emotie te combineren. Door Johansson en Freeman zou je de onzin die Luc Besson verkoopt haast geloven, hetgeen een prestatie op zich is. Naast puik acteerwerk, zeker voor een actiefilm, beschikt de film over een prima tempo en een uitstekende soundtrack.

Lucy blijkt steeds meer van haar hersenen te gebruiken. De percentages worden in koeienletters weergegeven, zodat we precies weten hoe ver Lucy's brein is. Lucy weet zelf overigens ook op hoeveel procent cerebrale activiteit ze zit, hetgeen curieus is. Ze wordt zich bewust van alle processen in haar lichaam, hetgeen mij bijzonder naar lijkt. Ze regenereert als Wolverine, heeft de reflexen van een superheld, extreem gevoelige zintuigen en bovennatuurlijke intelligentie.

De verhoogde cerebrale capaciteit heeft echter een keerzijde. Lucy wordt namelijk steeds meer emotieloos, wat minder mens, wat meer een superwezen. Naarmate ze dichter bij de 100% komt, wordt de film tevens bizarder en doen Tree of Life-achtige taferelen hun intrede. Lucy wil graag meer zijn dan slechts popcornvermaak en probeert ook op filosofisch existentialistisch vlak wat te brengen. Dan moet je echter niet Luc Besson het script laten schrijven.

05-11-2014

The Expendables 3



Een trein boort zich op explosieve wijze in een gevangenis. Doc, de enige gevangene aan boord, wordt gered. Of verder iemand in de gevangenis dit overleeft is bijzaak, The Expendables 3 is begonnen.


Doc, een van de nieuwe personages in The Expendables 3, begint wat onwennig en eindigt wat onwennig. Maar Wesley Snipes kan als actieheld natuurlijk niet ontbreken. Naast Doc zijn Barney Ross (Sylvester Stallone), Christmas (Jason Statham), Gunnar Jensen (Dolph Lundgren), Toll Road (Randy Couture) en Caesar (Terry Crews) weer van de partij.

Volgende scène: de haven van Mogadishu, waar een wapendeal belet dient te worden. Wat een routineklus zou moeten zijn, is dat echter niet. Reden is de aanwezigheid van Stonebanks (Mel Gibson) die dood werd gewaand. Stonebanks maakt met een paar gerichte schoten en een raket een einde aan de missie en brengt Caesar ernstige verwondingen toe. Barney zint op wraak en zie hier: een plot.


Tijdens een bijzonder zeldzaam moment van (schuld)gevoelens besluit Barney dat het welletjes is geweest met de oude rotten in het vak. Hij ontbindt het team en vindt nieuwe leden. Jong bloed. Acteurs en actrices die nog niet zo'n status hebben opgebouwd als actieheld, maar desalniettemin in de film zitten.

Mensen als Glen Powell en Twilight hunk Kellan Lutz. Mensen zoals bokser Victor Ortiz en judoka Ronda Rousey. Ze haalde brons in Beijing. En de vreemde eend in de bijt: Antonio Banderas. Hij speelt Felipe en wordt zoals wel vaker geïntroduceerd met een Spaans gitaardeuntje. Felipe is een karikatuur op Antonio Banderas' stereotype karakters, maar een karikatuur op een karikatuur blijkt niet erg grappig.

Je hoort het al. Dit is problematisch. Sly is wellicht niet de meest begenadigde acteur, maar zijn status kan een actiefilm dragen. Hetzelfde geldt voor Schwarzenegger, die befaamde oneliners over helikopters in dit deel nogmaals dunnetjes overdoet. De nieuwelingen brengen echter niets, lopen vooral in de weg en zijn storend. Acteren kunnen ze ook niet. Waarom deze mensen in de cast zijn opgenomen is een compleet raadsel.


Toch is het niet allemaal kommer en kwel en blijft het prettig om al die oude actiehelden in hetzelfde shot te zien. Zo'n beetje iedereen is van de partij, al is het maar voor even. Alleen Bruce Willis niet. Het aanbod van $3.000.000 voor vier dagen werk sloeg hij af en eiste $4.000.000, waarna Sly hem de deur wees en verving door Harrison Ford. In de film zelf schopt Sly nog even na wanneer Fords personage zegt: 'You don't have to worry about Church anymore, he is out of the picture.' Kabum-tss.

Mel Gibson verdient tevens alle lof. Zijn villain is de enige persoon met karakter. Gedreven, vol emotie, beheerst en angstaanjagend. Gibson heeft het allemaal. Zijn performance is in lijn met rollen die hij de afgelopen jaren speelt. Hij is al tijden in topvorm en laat dat hier wederom zien door de beste scènes van de film af te leveren.

De film zit boordevol actie, al wordt niet alles even fraai in beeld gebracht. Soms lijken niet alleen acteurs uit de jaren '80, maar ook filmtechnieken uit de jaren '80 gebruikt te worden. Een shot van schietende actiehelden, een shot van vallende vijanden. Het is niet meer van deze tijd, al kan je het gooien op een stijlkeuze. Al met al geen daverend succes dus, maar bijt je door de zure appel heen die de jonge acteurs je aanreiken, dan is dit nog wel redelijk popcornvermaak.

04-11-2014

Dawn of the Planet of the Apes



Normaal gesproken zou een aap op een paard met een mitrailleur in z'n handen op de lachspieren werken. Zo niet in Dawn of the Planet of the Apes, waar deze scène meerdere malen wordt vertoond zonder dat de kijker vreemd opkijkt.



In 2011 combineerde Rise of the Planet of the Apes de vooruitstrevende geneeskunde met de concepten uit de originele film, namelijk een planeet waar de apen de baas zijn. In Rise zien we Caesar met verschillende apen San Fransisco ontvluchten in die memorabele scène op de Golden Gate Bridge, terwijl het apenvirus/Alzheimermedicijn zich over de wereld verspreidt.

In Dawn is het een jaar of tien later. Het grootste gedeelte van de mensheid is dood en de apen hebben buiten San Fransisco een heuse samenleving opgebouwd. In het bos bevindt zich een apennederzetting; er wordt gejaagd en gevist en communicatie vindt plaats via gebarentaal.

Er zijn echter nog een paar menselijke overlevenden die onder barre omstandigheden in een kamp in San Fransisco zitten. Leider Dreyfus (Gary Oldman) besluit om de hydrodam te laten repareren, want energie wordt schaars. Die dam bevindt zich echter achter de Golden Gate Bridge. Dreyfus stuurt ingenieur Malcolm (Jason Clarke), arts Ellie (Keri Russell), Malcolms kinderen en twee bewakers naar de dam en de expeditie stuit al snel op de apen.


Mens en aap zijn geen fan van elkaar. Aap is eeuwenlang onderdrukt door de mens en de mensheid is praktisch uitgeroeid door aap. Nouja, door zichzelf, via aap. Toch ontstaat er, net als in Rise, een fragiele symbiose tussen aap en mens. Fragiel, omdat er binnen beide kampen onderlinge argwaan is. Terwijl de vluchtelingen uit San Fransisco zich voorbereiden op een apeninvasie, probeert Malcolm de vrede te bewaren en de hydrodam te repareren.

Dawn is een stuk beter opgezet dan Rise. De onderlingen verhoudingen tussen aap en mens, maar ook binnen de apen- en mensenpopulatie maken dit tot een hele dynamische en natuurlijk film. De apen zijn normaal gesproken al vrij menselijk, maar wanneer ze ook nog eens lezen, gebarentaal gebruiken en af en toe praten, is het niet moeilijk om je het lot van de apen aan te trekken. De apen zijn interessanter en beter uitgewerkt dan het gemiddelde personage in een sci-fi blockbuster.


Het lot van de mensen is niet veel anders dan in andere post-apocalyptische films, maar met name Jason Clarke en Keri Russell zijn bijzonder overtuigend en oprecht. De angst voor de apen, maar tegelijkertijd de realisatie dat de hydrodam de laatste hoop is voor de mensen in San Fransisco, wordt sterk vertolkt. Naast een goed plot biedt Dawn ook behoorlijk wat spektakel en zeer geraffineerde plaatjes. Het is zonder twijfel de beste Planet of the Apes film tot nu toe.