★★★
Een nieuw jaar, een nieuwe Allen film. Dit keer vormt een onbeantwoorde liefde binnen een driehoeksverhouding de rode draad. In het Hollywood van de jaren dertig toont Allen een hoop decadentie, met af en toe een vleugje oprechtheid.
Woody Allen weet altijd zijn personages op een goede manier te introduceren. In de eerste shots zweeft de camera langs het zwembad van een exorbitant huis om tot stilstand te komen bij Steve Carell. De Amerikaanse komiek en topacteur speelt Phil Stern, een van Hollywoods meest succesvolle agents. Phil kent iedereen, is altijd in de weer en loopt over van energie. De pakken met enorme revers staan hem goed, hij ademt succes en is al vijfentwintig jaar getrouwd met zijn vrouw Karen.
Phils neefje Bobby (Jesse Eisenberg) heeft het even gehad met New York. Hij is een bedeesde, naïeve jongeman die totaal overweldigd is door de pracht en praal van Hollywood. Alles schittert en baadt in romantisch licht, omdat Allen een sepia filter gebruikt voor de scènes in Hollywood om ze zo te onderscheiden van het grauwe New York. Nog het meest onder de indruk is Bobby van Vonnie (Kristen Stewart), Phils secretaresse.
Café Society zou geen Allen-film zijn als niet op zijn minst twee mannen vechten om dezelfde vrouw. De clichés stapelen zich langzaam op, maar Allen komt er mee weg. Soepel en met een hoop jazz vloeien de scènes in elkaar over. De film kijkt lekker weg, zoals meestal het geval is bij Allen, maar kent weinig hoogtepunten. De romance is mierzoet, de beelden overgoten met zon- en kaarslicht en de dialoog zoetsappig. Andere personages die Allen opvoert brengen wat leven in de brouwerij, zoals Bobby's broer en gangster Ben (Corey Stoll) en zijn constant kibbelende Joodse ouders.
Uiteindelijk is Café Society toch een gevalletje dertien in het dozijn van Allen: een bitterzoete komedie over onmogelijke romances en onbeantwoorde liefde. Het jaar 2016 van Allen blijkt een oké jaar te zijn, maar ook niet meer dan dat.
16-08-2016
14-08-2016
Les chevaliers blancs
★★★★
Hoe erg je deze film waardeert hangt waarschijnlijk af van je mening over ontwikkelingshulp en in hoeverre je daar verstand van hebt. Realisme legt het gaandeweg af tegen suspense, maar stoor je je daar niet aan dan is het genieten geblazen.
Als ridders, zo zien sommige werknemers van Move For Kids zichzelf, opkomend voor de medemens in nood. Geen prinses die gevangene is van een moordlustige draak in een luguber kasteel, maar zwarte weeskinderen als gevangenen van een somber toekomstperspectief in een ongespecificeerd Afrikaans land. De blanke ridders arriveren ter plaatse, denken dat alles geregeld is, maar dan kennen ze de Afrikaanse cultuur nog niet. Niks is geregeld, niks werkt, je kan op niemand rekenen en het is bloedheet.
Move For Kids is een organisatie wiens missie pas laat duidelijk is in de film. Les chevaliers blanc richt zich in eerste instantie vooral op alle tegenslagen van de hulpverleners en laat de kijker in het ongewisse. Move For Kids is op zoek naar weeskinderen onder de vijf jaar, maar zie ze maar eens te vinden. Francois, leider van Move For Kids, schakelt de lokale dorpshoofden in biedt geld voor het vinden van weeskinderen. En je ziet het al fout gaan natuurlijk. Eerst zijn er helemaal geen kinderen, na veel aanbetalingen een hoop, en nog wat later blijkt dat de helft niet jonger dan vijf jaar is, laat staan een wees. Ideaal, zo'n land zonder paspoorten en registers.
Middels een journaliste die een documentaire over de missie maakt, zoomt de film in op de problematiek. Francois is gepassioneerd, net als vele collega´s. Move For Kids heeft goede intenties, maar is ook naïef en neemt het niet zo nauw met de wetgeving. De naïviteit - en daarmee tot op zekere hoogte een gebrek aan realisme - komt fijntjes tot zijn recht in het spel van Vincent Landon, de vertolker van Francois. Les chevaliers blancs chargeert de idealen en creëert een scherp contrast tussen de hulporganisatie en de autoriteiten. Effectief is het wel, want tot het einde toe is de film bijzonder spannend.
De spanning is constant aanwezig in de film, al vanaf het moment waarop de jeeps beschoten worden op weg naar het kamp. Niemand is te vertrouwen, constant zijn er conflicten, zowel binnen het kamp tussen de hulpverleners, als buiten het kamp met de locals. De vaart zit er dan ook goed in. Wanneer uiteindelijk de scope van het project van Move For Kids duidelijk wordt, zit je op het puntje van je stoel. Heb je dan de film nog niet afgeschreven wegens een gebrek aan realisme, dan zit je goed.
Hoe erg je deze film waardeert hangt waarschijnlijk af van je mening over ontwikkelingshulp en in hoeverre je daar verstand van hebt. Realisme legt het gaandeweg af tegen suspense, maar stoor je je daar niet aan dan is het genieten geblazen.
Als ridders, zo zien sommige werknemers van Move For Kids zichzelf, opkomend voor de medemens in nood. Geen prinses die gevangene is van een moordlustige draak in een luguber kasteel, maar zwarte weeskinderen als gevangenen van een somber toekomstperspectief in een ongespecificeerd Afrikaans land. De blanke ridders arriveren ter plaatse, denken dat alles geregeld is, maar dan kennen ze de Afrikaanse cultuur nog niet. Niks is geregeld, niks werkt, je kan op niemand rekenen en het is bloedheet.
Move For Kids is een organisatie wiens missie pas laat duidelijk is in de film. Les chevaliers blanc richt zich in eerste instantie vooral op alle tegenslagen van de hulpverleners en laat de kijker in het ongewisse. Move For Kids is op zoek naar weeskinderen onder de vijf jaar, maar zie ze maar eens te vinden. Francois, leider van Move For Kids, schakelt de lokale dorpshoofden in biedt geld voor het vinden van weeskinderen. En je ziet het al fout gaan natuurlijk. Eerst zijn er helemaal geen kinderen, na veel aanbetalingen een hoop, en nog wat later blijkt dat de helft niet jonger dan vijf jaar is, laat staan een wees. Ideaal, zo'n land zonder paspoorten en registers.
Middels een journaliste die een documentaire over de missie maakt, zoomt de film in op de problematiek. Francois is gepassioneerd, net als vele collega´s. Move For Kids heeft goede intenties, maar is ook naïef en neemt het niet zo nauw met de wetgeving. De naïviteit - en daarmee tot op zekere hoogte een gebrek aan realisme - komt fijntjes tot zijn recht in het spel van Vincent Landon, de vertolker van Francois. Les chevaliers blancs chargeert de idealen en creëert een scherp contrast tussen de hulporganisatie en de autoriteiten. Effectief is het wel, want tot het einde toe is de film bijzonder spannend.
De spanning is constant aanwezig in de film, al vanaf het moment waarop de jeeps beschoten worden op weg naar het kamp. Niemand is te vertrouwen, constant zijn er conflicten, zowel binnen het kamp tussen de hulpverleners, als buiten het kamp met de locals. De vaart zit er dan ook goed in. Wanneer uiteindelijk de scope van het project van Move For Kids duidelijk wordt, zit je op het puntje van je stoel. Heb je dan de film nog niet afgeschreven wegens een gebrek aan realisme, dan zit je goed.
07-08-2016
El Olivo
★★★★
Van alle genres is het coming-of-age genre wellicht wel mijn favoriete. Je kan er oneindig veel kanten mee op, filmmakers moeten investeren in de ontwikkeling van de personages, de clash tussen jong en oud bestaat al sinds mensheugenis en clichés zijn tamelijk makkelijk te voorkomen.
In El Olivo vormt een olijfboom de crux. Het zit zo: Alma en haar opa zijn onafscheidelijk en al op vroege leeftijd loopt opa met zijn kleindochter door de plantage. Er staan honderden bomen, maar één is er speciaal. Geplant door de Romeinen, al meer dan tweeduizend jaar oud, met een stam als een monster. Dagelijks gaan ze er kijken en klimt Alma erin.
Opa heeft echter problemen. Niemand koopt nog z'n dure olijfolie en zijn kinderen besluiten de boom te verkopen buiten opa's weten om. Opa is ontroostbaar, Alma ook en nu, enkele jaren later, is opa nog altijd in rouw. Hij zegt niets meer, eet niets meer, dwaalt door de boomgaard en legt steentjes op de plek waar de oude boom ooit stond. De jonge Alma, nu een jaar of zeventien, kan het verdriet niet meer aanzien en zet alles op alles om de boom terug te halen.
El Olivo beschrijft de coming-of-age van Alma en combineert dat met een indringend familiedrama. De vertolkster van Alma, Anna Castillo, is weergaloos. Haar tirades kan ik niet verstaan, maar zijn heerlijk in het Spaans. Ze is een heethoofd, voelt zich onbegrepen en kan gruwelijk tekeer gaan op Mediterraanse wijze. Alma is echter ook komisch, lief en zorgzaam. Haar naïviteit leidt tot een roadtrip met haar niet al te snuggere oom Alca en de jonge hond Rafa die zijn baan riskeert om de liefde van zijn leven te helpen met het terugkrijgen van een boom.
Alma wint met haar practical jokes binnen no-time het publiek. Haar idealen zijn onrealistisch, maar vertederend. Je gunt haar die boom, minder tegenslagen en een opa die weer beter wordt. El Olivo ontroert, voornamelijk door Castillo die een prachtige hoofdrol speelt. Of de onschuld het wint van de realiteit is de vraag, eentje die ik niet wil beantwoorden. Wel is het zaak om deze bijzondere, vertederende film even te zien, zeker als je ook een zwak hebt voor dit genre.
Van alle genres is het coming-of-age genre wellicht wel mijn favoriete. Je kan er oneindig veel kanten mee op, filmmakers moeten investeren in de ontwikkeling van de personages, de clash tussen jong en oud bestaat al sinds mensheugenis en clichés zijn tamelijk makkelijk te voorkomen.
In El Olivo vormt een olijfboom de crux. Het zit zo: Alma en haar opa zijn onafscheidelijk en al op vroege leeftijd loopt opa met zijn kleindochter door de plantage. Er staan honderden bomen, maar één is er speciaal. Geplant door de Romeinen, al meer dan tweeduizend jaar oud, met een stam als een monster. Dagelijks gaan ze er kijken en klimt Alma erin.
Opa heeft echter problemen. Niemand koopt nog z'n dure olijfolie en zijn kinderen besluiten de boom te verkopen buiten opa's weten om. Opa is ontroostbaar, Alma ook en nu, enkele jaren later, is opa nog altijd in rouw. Hij zegt niets meer, eet niets meer, dwaalt door de boomgaard en legt steentjes op de plek waar de oude boom ooit stond. De jonge Alma, nu een jaar of zeventien, kan het verdriet niet meer aanzien en zet alles op alles om de boom terug te halen.
Alma wint met haar practical jokes binnen no-time het publiek. Haar idealen zijn onrealistisch, maar vertederend. Je gunt haar die boom, minder tegenslagen en een opa die weer beter wordt. El Olivo ontroert, voornamelijk door Castillo die een prachtige hoofdrol speelt. Of de onschuld het wint van de realiteit is de vraag, eentje die ik niet wil beantwoorden. Wel is het zaak om deze bijzondere, vertederende film even te zien, zeker als je ook een zwak hebt voor dit genre.
The Man Who Knew Infinity
★★
De Indische autodidact Ramanujan was een van de grootste wiskundigen van de afgelopen eeuw. Vanuit Madras schopt hij het tot Cambridge. Goede reden voor een film over een briljante underdog, maar minder formulewerk was beter geweest.
Over het algemeen gaan biopics over bijzondere mensen. Anders worden ze niet gemaakt, laten we wel wezen. Zo ook in dit geval, want de jonge Ramanujan (Dev Patel) krijgt boodschappen van de Goden, ziet wiskunde en formules als een goddelijke taal en verricht baanbrekend werk met priemgetallen. G. H. Hardy (Jeremy Irons), een oude bachelor wiens IQ z'n EQ ver overtreft, haalt hem naar Cambridge, alwaar hij clasht met de cultuur, de elite en met Hardy zelf.
The Man Who Knew Infinity kampt met veel problemen. Ten eerste is er het algemene probleem van de biopic, want die mag over bijzondere mensen gaan, vaak vervalt ze ook in formulewerk. Bijzondere mensen conflicteren bijna altijd met de samenleving, maar dit conflict eindeloos uitkauwen is een valkuil waar ook deze film in valt. Mede hierdoor is The Man Who Knew Infinity onbedoeld een standaardwerk over een excentrieke man.
Ten tweede zijn er de uitgekauwde clichés van het thuisfront achterlaten voor de beloften van een nieuw land, dat vervolgens natuurlijk tegenvalt. Een secreet van een moeder en Ramanujans kersverse vrouw blijven achter in veelal ongeloofwaardige scènes in India. Dit soort strubbelingen hebben we al zo vaak gezien dat een bijzondere variant erop noodzakelijk is, wil je hier nog van genieten. Patel en Irons acteren aardig en met name de persoonlijke discussies over geloof versus bewijzen doet de film even opleven, maar verder mist de film scherpte en diepgang. Een gemiste kans, want de relatie tussen Hardy en Ramanujan verdient een betere uitwerking. Dat was mogelijk geweest, mits minder aandacht was besteed aan andere afleidingen, zoals India, WO I en het verkrijgen van de fellow status.
Nog een fout is de openingsscène, waarin Hardy in de verleden tijd spreekt over Ramanujan. Deze scène vindt plaats in 1920, en de scène erna met Ramanujan in 1914, dus middels een simpel rekensommetje weet de kijker dat-ie over zes jaar dood is. Beetje jammer, want dat had ik niet geweten. Ook lastig is het uitleggen van hogere wiskunde aan het publiek. De film doet weliswaar een verwaarloosbaar kleine poging, maar kiest ervoor de wiskunde veelal links te laten liggen. Niet alleen voel je je als publiek niet serieus genomen, tevens heb je hierdoor nooit enige voeling met de materie.
De Indische autodidact Ramanujan was een van de grootste wiskundigen van de afgelopen eeuw. Vanuit Madras schopt hij het tot Cambridge. Goede reden voor een film over een briljante underdog, maar minder formulewerk was beter geweest.
Over het algemeen gaan biopics over bijzondere mensen. Anders worden ze niet gemaakt, laten we wel wezen. Zo ook in dit geval, want de jonge Ramanujan (Dev Patel) krijgt boodschappen van de Goden, ziet wiskunde en formules als een goddelijke taal en verricht baanbrekend werk met priemgetallen. G. H. Hardy (Jeremy Irons), een oude bachelor wiens IQ z'n EQ ver overtreft, haalt hem naar Cambridge, alwaar hij clasht met de cultuur, de elite en met Hardy zelf.
The Man Who Knew Infinity kampt met veel problemen. Ten eerste is er het algemene probleem van de biopic, want die mag over bijzondere mensen gaan, vaak vervalt ze ook in formulewerk. Bijzondere mensen conflicteren bijna altijd met de samenleving, maar dit conflict eindeloos uitkauwen is een valkuil waar ook deze film in valt. Mede hierdoor is The Man Who Knew Infinity onbedoeld een standaardwerk over een excentrieke man.
Ten tweede zijn er de uitgekauwde clichés van het thuisfront achterlaten voor de beloften van een nieuw land, dat vervolgens natuurlijk tegenvalt. Een secreet van een moeder en Ramanujans kersverse vrouw blijven achter in veelal ongeloofwaardige scènes in India. Dit soort strubbelingen hebben we al zo vaak gezien dat een bijzondere variant erop noodzakelijk is, wil je hier nog van genieten. Patel en Irons acteren aardig en met name de persoonlijke discussies over geloof versus bewijzen doet de film even opleven, maar verder mist de film scherpte en diepgang. Een gemiste kans, want de relatie tussen Hardy en Ramanujan verdient een betere uitwerking. Dat was mogelijk geweest, mits minder aandacht was besteed aan andere afleidingen, zoals India, WO I en het verkrijgen van de fellow status.
Nog een fout is de openingsscène, waarin Hardy in de verleden tijd spreekt over Ramanujan. Deze scène vindt plaats in 1920, en de scène erna met Ramanujan in 1914, dus middels een simpel rekensommetje weet de kijker dat-ie over zes jaar dood is. Beetje jammer, want dat had ik niet geweten. Ook lastig is het uitleggen van hogere wiskunde aan het publiek. De film doet weliswaar een verwaarloosbaar kleine poging, maar kiest ervoor de wiskunde veelal links te laten liggen. Niet alleen voel je je als publiek niet serieus genomen, tevens heb je hierdoor nooit enige voeling met de materie.
06-08-2016
Jason Bourne
★★
De Bourne films behoren tot de betere actiefilms en na een succesvolle trilogie plus een spin-off met Jeremy Renner besloot Universal nog maar een hoofdstuk toe te voegen aan de serie.
Matt Damon is een acteur die moeiteloos elk type personage vertolkt, of het nu een extreme nerd, een astronaut of dodelijke huursoldaat is. Hij gaf Bourne bravoure, maakte de films vermakelijk zonder gebruik te maken van actiefilmoneliners en combineerde strak acteerwerk met gestroomlijnde actie. Geen slecht idee wellicht om deze held weer een podium te bieden, zal ook Matt zelf gedacht hebben, aangezien hij de film tevens produceerde.
Helaas is Jason Bourne meer van hetzelfde, blijken de geheime operaties zoals Treadstone nog steeds niet uitgemolken (maar voelen wel zo aan) en heeft Damon nog wat energie over om bad guys in elkaar te rammen. Wanneer Nicky Parsons (Julia Stiles) nog meer geheimen van Bournes achtergrond onthult en zodoende de aandacht van de CIA op zich vestigt, haalt het verleden Bourne wederom in. CIA-directeur Robert Dewey (Tommy Lee Jones) en zijn rechterhand Heather Lee (Alicia Vikander) staan te popelen om Bourne eindelijk in te rekenen, evenals de mysterieuze huurmoordenaar zonder naam (Vincent Kassel).
Omdat er sprake is van vrij veel recycling uit vorige films, weet het plot niet te verrassen. De climax gaat gepaard met ronduit belachelijke actiescènes waarin een SWAT auto wel dertig auto's omver ramt, maar tot stilstand komt tegen een fruitautomaat. Daarnaast kiest regisseur Greengrass ervoor om alles te verfilmen met bijzonder slordig handheld camerawerk. In actiescènes vind ik dat al storend, maar kan je beargumenteren dat het funcitoneel is - je ziet namelijk minder goed wat er echt gebeurt. Tijdens een gewoon gesprek lijkt het echter of de cameraman dronken is. Bijzonder vermoeiend en wellicht zelfs misselijkmakend, deze cameravoering.
Jason Bourne is magertjes en is niet alleen minder dan de trilogie, maar moet ook The Bourne Legacy voor zich dulden.
De Bourne films behoren tot de betere actiefilms en na een succesvolle trilogie plus een spin-off met Jeremy Renner besloot Universal nog maar een hoofdstuk toe te voegen aan de serie.
Matt Damon is een acteur die moeiteloos elk type personage vertolkt, of het nu een extreme nerd, een astronaut of dodelijke huursoldaat is. Hij gaf Bourne bravoure, maakte de films vermakelijk zonder gebruik te maken van actiefilmoneliners en combineerde strak acteerwerk met gestroomlijnde actie. Geen slecht idee wellicht om deze held weer een podium te bieden, zal ook Matt zelf gedacht hebben, aangezien hij de film tevens produceerde.
Helaas is Jason Bourne meer van hetzelfde, blijken de geheime operaties zoals Treadstone nog steeds niet uitgemolken (maar voelen wel zo aan) en heeft Damon nog wat energie over om bad guys in elkaar te rammen. Wanneer Nicky Parsons (Julia Stiles) nog meer geheimen van Bournes achtergrond onthult en zodoende de aandacht van de CIA op zich vestigt, haalt het verleden Bourne wederom in. CIA-directeur Robert Dewey (Tommy Lee Jones) en zijn rechterhand Heather Lee (Alicia Vikander) staan te popelen om Bourne eindelijk in te rekenen, evenals de mysterieuze huurmoordenaar zonder naam (Vincent Kassel).
Jason Bourne is magertjes en is niet alleen minder dan de trilogie, maar moet ook The Bourne Legacy voor zich dulden.
Suicide Squad
★★
Wat de nieuwste ensemblefilm had moeten zijn van DC Comics, blijkt niet kunnen concurreren met The Avengers. Op elk vlak schiet de film tekort. Marvel is en blijft de onbetwiste leider binnen het superheldenuniversum.
DC Comics wil zo graag, maakt zoveel films, maar heeft zo weinig in de melk te brokkelen. Ongetwijfeld zal Suicide Squad wel een klein kassucces worden, waarbij het productiebudget van 175 miljoen dollar ongetwijfeld terugkomt in de kas van Warner Bros., maar doen ze hier iemand een plezier mee? Alleen Christopher Nolan met zijn Batman series wist echt een verschil te maken. The Dark Knight is niet alleen met afstand de beste superheldenfilm ooit gemaakt, ook staat hij hoog op de lijst van favoriete films van menig niet puberaal opgeschoten ventje.
Waar Nolan uit respect voor de overleden Heath Ledger in zijn derde film The Joker achterwege liet, brengt regisseur David Ayer (Fury) in Suicide Squad the gestoorde psychopaat weer terug op het witte doek. Ledgers verontrustende vertolking van The Joker gaat niemand meer overtreffen, maar Jared Leto gromt, sist en lacht zijn weg door het zootje ongeregeld. Leto, een fijne acteur, is een van de hoogtepunten in een film met prima opbouw, maar teveel clichés.
Na het gevecht tussen Superman en Batman in die vreselijke film, realiseert de overheid dat er speciale maatregelen genomen moeten worden om de potentiële evil variant van Superman te kunnen stoppen. Dat klinkt allemaal niet heel logisch, gezien de afkomst van Superman, maar oké. Kans dat er nog een is, is nihil, zou ik zeggen. Amanda Waller (Viola Davis) haalt een stel misdadigers uit de cel, vormt een team en zie daar: Suicide Squad.
Het team bestaat onder andere uit de dodelijke huurmoordenaar Deadshot (Will Smith), Dr. Harley Quinn (Margot Robbie) die tevens het liefje van The Joker is en Boomerang (Jai Courtney), een Australische overvaller met een, jawel, boomerang. Ook Killer Croc, Diablo en Monster T doen mee, mocht je ze kennen. Middels kleine filmpjes introduceert Ayer de personages, hetgeen prima is, maar nauwelijks inspirerend. Tergender wordt het wanneer de antagonist Enchantress (Cara Delavigne) van deze film uit eigen gelederen lijkt te komen, bovennatuurlijke krachten heeft en uiteraard een wapen wil bouwen - om de wereld te vernietigen neem ik maar even aan - waarbij rondzwevend puin het apocalyptische karakter ervan moet tonen. Super origineel, dat puin.
Tja, en dan blijft er niet zoveel over. De IMAX 3D is weinig verbluffend ditmaal, de muziek nogal overdreven aanwezig waarbij elke scène zijn andere tune heeft, goede grappen zijn op een hand te tellen en de clichés niet aan te slepen. De eerder genoemde Joker is fijn om te zien, evenals zijn tegenhanger Harley Quinn die heerlijk verknipt is. Maar het is te weinig. Gezien het afsluitende filmpje krijgen we straks Batman vs Suicide Squad. Nou, veel plezier ermee.
Wat de nieuwste ensemblefilm had moeten zijn van DC Comics, blijkt niet kunnen concurreren met The Avengers. Op elk vlak schiet de film tekort. Marvel is en blijft de onbetwiste leider binnen het superheldenuniversum.
DC Comics wil zo graag, maakt zoveel films, maar heeft zo weinig in de melk te brokkelen. Ongetwijfeld zal Suicide Squad wel een klein kassucces worden, waarbij het productiebudget van 175 miljoen dollar ongetwijfeld terugkomt in de kas van Warner Bros., maar doen ze hier iemand een plezier mee? Alleen Christopher Nolan met zijn Batman series wist echt een verschil te maken. The Dark Knight is niet alleen met afstand de beste superheldenfilm ooit gemaakt, ook staat hij hoog op de lijst van favoriete films van menig niet puberaal opgeschoten ventje.
Waar Nolan uit respect voor de overleden Heath Ledger in zijn derde film The Joker achterwege liet, brengt regisseur David Ayer (Fury) in Suicide Squad the gestoorde psychopaat weer terug op het witte doek. Ledgers verontrustende vertolking van The Joker gaat niemand meer overtreffen, maar Jared Leto gromt, sist en lacht zijn weg door het zootje ongeregeld. Leto, een fijne acteur, is een van de hoogtepunten in een film met prima opbouw, maar teveel clichés.
Na het gevecht tussen Superman en Batman in die vreselijke film, realiseert de overheid dat er speciale maatregelen genomen moeten worden om de potentiële evil variant van Superman te kunnen stoppen. Dat klinkt allemaal niet heel logisch, gezien de afkomst van Superman, maar oké. Kans dat er nog een is, is nihil, zou ik zeggen. Amanda Waller (Viola Davis) haalt een stel misdadigers uit de cel, vormt een team en zie daar: Suicide Squad.
Tja, en dan blijft er niet zoveel over. De IMAX 3D is weinig verbluffend ditmaal, de muziek nogal overdreven aanwezig waarbij elke scène zijn andere tune heeft, goede grappen zijn op een hand te tellen en de clichés niet aan te slepen. De eerder genoemde Joker is fijn om te zien, evenals zijn tegenhanger Harley Quinn die heerlijk verknipt is. Maar het is te weinig. Gezien het afsluitende filmpje krijgen we straks Batman vs Suicide Squad. Nou, veel plezier ermee.
23-07-2016
Strike a Pose
★★★★
In 1990 deed de toen al legendarische Madonna haar Blond Ambition Tour. Rolling Stone bekroonde de tour als beste van het jaar en verscheidene financiële records werden gebroken. Zo werden bijna een half miljoen tickets verkocht in twee uur tijd en leverde de tour maar liefst zestig miljoen op. Een monsterlijk hoog bedrag. Een jaar later verscheen Truth or Dare, een documentaire waarin Madonna en haar zeven dansers uitgebreid hun persoonlijkheden, ambities en geaardheid toonden achter de schermen.
Madonna choqueerde met haar extravaganza en dansscènes waarbij ze zich liet betasten door haar dansers, waarna ze masturbatie simuleerde. Na kritiek vanuit Katholieke hoek werd de act in habijten nog eens dunnetjes overgedaan. De zeven dansers waren een essentieel onderdeel van de tour, allemaal jonge mannen, de meesten homo. Madonna fungeerde als een moederfiguur, volgens de hechte groep jongens. De Nederlandse documentairemakers Ester Gould en Reijer Zwaan zochten vijfentwintig jaar later het kroost - zes homo, één hetero - op. Dan blijkt dat een oppervlakkig laagje glitter en glamour jarenlang interne worstelingen verbloemt.
Wat Strike A Pose zo bijzonder maakt is de kwetsbaarheid van de mannen, hun levensverhaal en het feit dat ze geen rancune koesteren jegens Madonna, terwijl dat prima had gekund. Ze realiseren zich dat Madonna ze uit de anonimiteit heeft getrokken door ze te casten voor haar tour en daar zijn ze haar dankbaar van. Het heeft veel deuren geopend en ze waren onderdeel van de boodschap die Madonna uitte in de tour: Express Yourself
Ironisch genoeg gaat de boodschap aan haar dansentourage voorbij. De dansers worstelen met hun identiteit, met ziektes als HIV en AIDS, met de roem, het geld, drugs. Stuk voor stuk spreken ze over 'dark times' en doen dat door te kijken naar zichzelf. Het is sowieso knap als mensen oorzaken zoeken in zichzelf, in plaats van in anderen, maar in een documentaire is dit bijzonder prettig om te zien. Omdat de heren ook nog eens ontzettend gay zijn, super stijlvol, fotogeniek en bijzonder komisch, houdt de camera van ze. En daarmee de kijker ook.
Gould en Zwaan laten de dansers aan het woord en moraliseren niet. Tenminste niet middels de gesprekken en de vragen die ze stellen. De montage echter is soms minder subtiel. Meerdere malen wordt het fragment getoond waarin Madonna spreekt over haar overleden vriend Keith Haring, die aan AIDS overleed en homo was. Dat haar eigen dansers lijden onder dezelfde problematiek lijkt ze zich echter niet te realiseren.
In 1990 deed de toen al legendarische Madonna haar Blond Ambition Tour. Rolling Stone bekroonde de tour als beste van het jaar en verscheidene financiële records werden gebroken. Zo werden bijna een half miljoen tickets verkocht in twee uur tijd en leverde de tour maar liefst zestig miljoen op. Een monsterlijk hoog bedrag. Een jaar later verscheen Truth or Dare, een documentaire waarin Madonna en haar zeven dansers uitgebreid hun persoonlijkheden, ambities en geaardheid toonden achter de schermen.
Madonna choqueerde met haar extravaganza en dansscènes waarbij ze zich liet betasten door haar dansers, waarna ze masturbatie simuleerde. Na kritiek vanuit Katholieke hoek werd de act in habijten nog eens dunnetjes overgedaan. De zeven dansers waren een essentieel onderdeel van de tour, allemaal jonge mannen, de meesten homo. Madonna fungeerde als een moederfiguur, volgens de hechte groep jongens. De Nederlandse documentairemakers Ester Gould en Reijer Zwaan zochten vijfentwintig jaar later het kroost - zes homo, één hetero - op. Dan blijkt dat een oppervlakkig laagje glitter en glamour jarenlang interne worstelingen verbloemt.
Wat Strike A Pose zo bijzonder maakt is de kwetsbaarheid van de mannen, hun levensverhaal en het feit dat ze geen rancune koesteren jegens Madonna, terwijl dat prima had gekund. Ze realiseren zich dat Madonna ze uit de anonimiteit heeft getrokken door ze te casten voor haar tour en daar zijn ze haar dankbaar van. Het heeft veel deuren geopend en ze waren onderdeel van de boodschap die Madonna uitte in de tour: Express Yourself
Gould en Zwaan laten de dansers aan het woord en moraliseren niet. Tenminste niet middels de gesprekken en de vragen die ze stellen. De montage echter is soms minder subtiel. Meerdere malen wordt het fragment getoond waarin Madonna spreekt over haar overleden vriend Keith Haring, die aan AIDS overleed en homo was. Dat haar eigen dansers lijden onder dezelfde problematiek lijkt ze zich echter niet te realiseren.
Ghostbusters
★★
Paul Feig brengt twee van zijn bruidsmeisjes terug, voegt er een hoop spoken aan toe, een welbekende tune en zie daar: een kutfilm. De poging om de klassieker uit 1976 nieuw leven in te blazen is dan ook niet geslaagd.
Waarom deze film is gemaakt is een raadsel dat ook de nieuwe Ghostbusters niet kunnen oplossen. Door lauwe visuals, matige grappen en comediennes die er niet lekker in zitten, komt de film nooit op gang. Regisseur Paul Feig die in 2011 furore maakte met het briljante Bridesmaids, met daarin ook Melissa McCarthy en Kristen Wiig, bakt er nu griezelig weinig van.
Melissa McCarthy speelt Abby, een onderzoekster van het paranormale. Ze heeft een lab waarvan de directeur van de wetenschappelijke tak van de desbetreffende universiteit het bestaan niet weet. Samen met Erin (Wiig) schreef ze ooit een boek over het paranormale, een boek waar Erin het liefst niet aan herinnerd wordt, want ze staat op het punt een vaste aanstelling te krijgen als docent op een respectabele universiteit, binnen een 'normaal' vakgebied. Maar het noodlot - eigenlijk een geest - slaat toe en brengt Abby en Erin wederom samen. Abby heeft ondertussen een andere compagnon gevonden in Jillian, nucleair wetenschapper, gespeeld door Kate McKinnon. Later voegt metromedewerker Patty (Leslie Jones) zich nog bij het gezelschap en de nieuwe Ghostbusters zijn een feit.
Het verhaal komt grotendeels overeen met het origineel en de film kent talloze verwijzingen, zoals het brandweergebouw, een enorme geest als eindbaas en een audiovisueel gestoorde telefonist (Chris Hemsworth). Ook de volledige oude cast - naast types als Ozzy Osbourne en Justin Timberlake - maakt zijn opwachting in cameo's. Wijlen Harold Ramis is terug te zien als buste. Op zich leuk, die cameo's en knipogen, mocht je het origineel nog op het netvlies hebben, maar het verbloemt niet dat dit een zeer matige film is.
In Bridesmaids wordt de luidruchtige, omvangrijke McCarthy in bedwang gehouden door grappiger vrouwen zoals Maya Rudolph en Ellie Kemper. Nu krijgt ze vrij baan van Feig en dat resulteert meestal niet in goede films. Al snel ben je de lompheid zat en wanneer de leuke grappen op één hand te tellen zijn, ga je een moeizame kijkervaring tegemoet. McKinnon en Jones zijn komischer dan de doorgewinterde comediennes Wiig en McCarthy, maar hebben slechts bijrollen.
Paul Feig brengt twee van zijn bruidsmeisjes terug, voegt er een hoop spoken aan toe, een welbekende tune en zie daar: een kutfilm. De poging om de klassieker uit 1976 nieuw leven in te blazen is dan ook niet geslaagd.
Waarom deze film is gemaakt is een raadsel dat ook de nieuwe Ghostbusters niet kunnen oplossen. Door lauwe visuals, matige grappen en comediennes die er niet lekker in zitten, komt de film nooit op gang. Regisseur Paul Feig die in 2011 furore maakte met het briljante Bridesmaids, met daarin ook Melissa McCarthy en Kristen Wiig, bakt er nu griezelig weinig van.
Melissa McCarthy speelt Abby, een onderzoekster van het paranormale. Ze heeft een lab waarvan de directeur van de wetenschappelijke tak van de desbetreffende universiteit het bestaan niet weet. Samen met Erin (Wiig) schreef ze ooit een boek over het paranormale, een boek waar Erin het liefst niet aan herinnerd wordt, want ze staat op het punt een vaste aanstelling te krijgen als docent op een respectabele universiteit, binnen een 'normaal' vakgebied. Maar het noodlot - eigenlijk een geest - slaat toe en brengt Abby en Erin wederom samen. Abby heeft ondertussen een andere compagnon gevonden in Jillian, nucleair wetenschapper, gespeeld door Kate McKinnon. Later voegt metromedewerker Patty (Leslie Jones) zich nog bij het gezelschap en de nieuwe Ghostbusters zijn een feit.
Het verhaal komt grotendeels overeen met het origineel en de film kent talloze verwijzingen, zoals het brandweergebouw, een enorme geest als eindbaas en een audiovisueel gestoorde telefonist (Chris Hemsworth). Ook de volledige oude cast - naast types als Ozzy Osbourne en Justin Timberlake - maakt zijn opwachting in cameo's. Wijlen Harold Ramis is terug te zien als buste. Op zich leuk, die cameo's en knipogen, mocht je het origineel nog op het netvlies hebben, maar het verbloemt niet dat dit een zeer matige film is.
In Bridesmaids wordt de luidruchtige, omvangrijke McCarthy in bedwang gehouden door grappiger vrouwen zoals Maya Rudolph en Ellie Kemper. Nu krijgt ze vrij baan van Feig en dat resulteert meestal niet in goede films. Al snel ben je de lompheid zat en wanneer de leuke grappen op één hand te tellen zijn, ga je een moeizame kijkervaring tegemoet. McKinnon en Jones zijn komischer dan de doorgewinterde comediennes Wiig en McCarthy, maar hebben slechts bijrollen.
20-07-2016
The Neon Demon
★★★★
Het is altijd weer een verrassing wat Nicholas Winding Refn (Drive) op het scherm tovert. Ditmaal brengt NWR zijn fans een erotisch getinte thriller met horrorelementen. Uiteraard met beelden en muziek om je vingers bij af te likken.
De grootste kracht van NWR - hij gebruikt die afkorting ondertussen in de opening credits, dus dan mag ik dat ook, toch? - is dat hij prachtige, vaak slow motion beelden samenvoegt met een geweldige soundtrack. Ryan Gosling die emotieloos door de nachtelijke straten rijdt terwijl Nightcall van Kavinsky door de speakers klinkt - fantastisch natuurlijk. Ook in The Neon Demon is het weer genieten geblazen. Viscerale beats klinken tijdens een SM scène waarin een stroboscoop de show opknipt in stukjes bondage. Een stilistisch meesterwerk, deze scène.
Zo zijn er talloze scènes te benoemen. Meest in het oog springend zijn de dromen en surrealistische gedachten van het jonge model Jesse, gespeeld door Elle Fanning. Waar je precies naar kijkt is lang niet altijd duidelijk, maar de scène waarin een catwalk tot leven komt met angstaanjagend veel modellen en een lading spiegels is fenomenaal. Dit soort scènes alleen al zijn een bioscoopkaartje waard.
Op audiovisueel vlak is het dus weer top, zoals we van de Deense regisseur gewend zijn. Zijn hypergestileerde plaatjes zijn een zeldzaamheid waar ik geen genoeg van kan krijgen. Qua kwaliteit van het plot zit deze film tussen Drive en Only God Forgives in. NWR gebruikt de oppervlakkige fashion industrie als set voor zijn film en gebruikt daarbij al net zo oppervlakkige designers, fotografen en modellen. Allemaal zijn ze het over een ding eens: 'beauty isn't something, it's everything.'
Schoonheid is er vooral in de vorm van Fanning. Ze stal mijn hart met een scène in Super 8 van Steven Spielberg waarin ze op een klein station als kindactrice de vrouw speelt van een detective die op een gevaarlijke missie gaat. Ongelooflijk goed was dat, want in de scène verandert ze van onschuldig kindje die op de vlucht is voor een alien in een volwassen vrouw die vreest voor het leven van haar man.
Nu cast NWR haar als model, een jong meisje van zestien die het platteland verruilt om haar dromen waar te maken in Los Angeles. Haar onschuldige voorkomen valt in de smaak bij designer Roberto Sorna en fotograaf Jack (Desmond Harrington). Binnen de kortste keren loopt ze in glamoureuze modeshows van toonaangevende designers. Er is echter een prijs te betalen: de zielloze mode-industrie verteert de jeugdigheid en onschuld van Jesse. Het succes stijgt haar naar de bol en jaloezie van collegae Gigi (Bella Heathcote) en Sarah (Abbey Lee) neemt maniakale vormen aan.
Het is altijd weer een verrassing wat Nicholas Winding Refn (Drive) op het scherm tovert. Ditmaal brengt NWR zijn fans een erotisch getinte thriller met horrorelementen. Uiteraard met beelden en muziek om je vingers bij af te likken.
De grootste kracht van NWR - hij gebruikt die afkorting ondertussen in de opening credits, dus dan mag ik dat ook, toch? - is dat hij prachtige, vaak slow motion beelden samenvoegt met een geweldige soundtrack. Ryan Gosling die emotieloos door de nachtelijke straten rijdt terwijl Nightcall van Kavinsky door de speakers klinkt - fantastisch natuurlijk. Ook in The Neon Demon is het weer genieten geblazen. Viscerale beats klinken tijdens een SM scène waarin een stroboscoop de show opknipt in stukjes bondage. Een stilistisch meesterwerk, deze scène.
Zo zijn er talloze scènes te benoemen. Meest in het oog springend zijn de dromen en surrealistische gedachten van het jonge model Jesse, gespeeld door Elle Fanning. Waar je precies naar kijkt is lang niet altijd duidelijk, maar de scène waarin een catwalk tot leven komt met angstaanjagend veel modellen en een lading spiegels is fenomenaal. Dit soort scènes alleen al zijn een bioscoopkaartje waard.
Op audiovisueel vlak is het dus weer top, zoals we van de Deense regisseur gewend zijn. Zijn hypergestileerde plaatjes zijn een zeldzaamheid waar ik geen genoeg van kan krijgen. Qua kwaliteit van het plot zit deze film tussen Drive en Only God Forgives in. NWR gebruikt de oppervlakkige fashion industrie als set voor zijn film en gebruikt daarbij al net zo oppervlakkige designers, fotografen en modellen. Allemaal zijn ze het over een ding eens: 'beauty isn't something, it's everything.'
Nu cast NWR haar als model, een jong meisje van zestien die het platteland verruilt om haar dromen waar te maken in Los Angeles. Haar onschuldige voorkomen valt in de smaak bij designer Roberto Sorna en fotograaf Jack (Desmond Harrington). Binnen de kortste keren loopt ze in glamoureuze modeshows van toonaangevende designers. Er is echter een prijs te betalen: de zielloze mode-industrie verteert de jeugdigheid en onschuld van Jesse. Het succes stijgt haar naar de bol en jaloezie van collegae Gigi (Bella Heathcote) en Sarah (Abbey Lee) neemt maniakale vormen aan.
17-07-2016
High-Rise
★★★★
Het leven in de high-rise, zoals het leven in een flat in Engeland heet, lijkt op het eerste gezicht wat saai. Een imposant, statig gebouw toornt uit boven een enorm parkeerterrein. Vanaf het penthouse lijken de auto's op speelgoed. Maar van binnen kolkt het en zorgen de diverse bewoners voor leven in de brouwerij.
Tom Hiddleston speelt Dr. Laing, een patholoog-anatoom die niet thuis geeft wanneer de levende medemens een medische hulpvraag heeft. Moeten er echter schedels gelicht worden ten behoeve van het onderwijs in de snijzaal, dan draait Laing zijn hand daar niet voor om. Laing, een nette man in pak en das, heeft net zijn intrede genomen in een flat en laat wat verhuisdozen parkeren in de woonruimte. Hij is een lowlife in de high-rise, maar daar gaat verandering in komen.
Een arts heeft soms een 'niet pluis gevoel'. Vanaf vrijwel de eerste scène heb je dat als kijker ook, want wat op het eerste opzicht als een goed uitgedacht ontwerp oogt, blijkt dat niet te zijn. Dit tot ontzetting van de architect Mr. Royal (Jeremy Irons) die het penthouse bewoont en de flat heeft ontworpen, ook al heeft hij zitten tekenen met een balk in zijn oog terwijl hij op de doorns van anderen wijst.
Regisseur Ben Wheatley is een meester in alledaagse situaties volledig uit de hand te laten lopen, waarbij hij de lachers op de hand heeft. In zijn vorige film Sightseers (echt een aanrader overigens) ging een doodnormaal, alledaagse koppel op vakantie, totdat een ongeluk een sinistere draai aan de trip gaf. Sightseers was vooral een absurdistische komedie en leek verder niet iets te symboliseren. Dat is met High-Rise wel anders.
Alle lagen van de samenleving bewonen de flat op hiërarchische wijze, met de schoonmakers op de begane grond en de elite in de top. Ook aanwezig in de flat is een supermarkt en allerlei andere voorzieningen, zoals sportzalen en een zwembad. In het begin lijkt de klassenscheiding het enige 'probleem' te zijn, totdat af en toe de stroom uitvalt. Het is het begin van het einde van het zelfvoorzienende gebouw dat niet in staat blijkt de samenleving in stand te houden. Geleidelijk verandert de dynamiek en breken er kleine relletjes uit, aangevoerd door rauwdouwer Wilder (Luke Evans) en pleaser Charlotte (Sienna Miller). Het blijft echter niet bij relletjes. De eindstaat van het gebouw is al in de eerste shots te zien. Hoe High-Rise de eindstaat bereikt, zie je in de rest van de film.
'Een perfecte metafoor voor de Brexit', kopte het NRC. Wellicht dat de Engelse regisseur een vooruitziende blik had, maar waarschijnlijker is het dat de symbolische kritiek in deze film breder gezien kan worden. Zaken als kapitalisme en de teloorgang ervan worden expliciet benoemd in het slot van de film, maar meer is dit een film met politiek statement. Wanneer het volk iets wil, kunnen ze dat krijgen in een democratie, dat had het NRC goed gezien. Of het volk de gevolgen van hun wil kan overzien is een interessante discussie. De situatie in High-Rise verbetert bepaald niet met de machtsverschuiving, waarbij moet worden aangetekend dat de architect de gevolgen van zijn ontwerp ook niet kan inschatten. Maar dan is het al te laat.
High-Rise grossiert in absurde beelden, bloederig drama en bizarre situaties. Moeiteloos laat je het over je heen komen, steeds weer weet de film te verbazen. De kritiek op de samenleving ligt er redelijk dik bovenop, maar wordt zo stijlvol gebracht dat het niet storend is. Hiddleston acteert zonder al te veel emotie, hetgeen op de lachspieren werkt. Andere personages daarentegen zijn vooral enorm over the top. Een heerlijke soundtrack begeleidt de prachtige beelden, terwijl de teloorgang van een samenleving zich voltrekt.
Het leven in de high-rise, zoals het leven in een flat in Engeland heet, lijkt op het eerste gezicht wat saai. Een imposant, statig gebouw toornt uit boven een enorm parkeerterrein. Vanaf het penthouse lijken de auto's op speelgoed. Maar van binnen kolkt het en zorgen de diverse bewoners voor leven in de brouwerij.
Tom Hiddleston speelt Dr. Laing, een patholoog-anatoom die niet thuis geeft wanneer de levende medemens een medische hulpvraag heeft. Moeten er echter schedels gelicht worden ten behoeve van het onderwijs in de snijzaal, dan draait Laing zijn hand daar niet voor om. Laing, een nette man in pak en das, heeft net zijn intrede genomen in een flat en laat wat verhuisdozen parkeren in de woonruimte. Hij is een lowlife in de high-rise, maar daar gaat verandering in komen.
Een arts heeft soms een 'niet pluis gevoel'. Vanaf vrijwel de eerste scène heb je dat als kijker ook, want wat op het eerste opzicht als een goed uitgedacht ontwerp oogt, blijkt dat niet te zijn. Dit tot ontzetting van de architect Mr. Royal (Jeremy Irons) die het penthouse bewoont en de flat heeft ontworpen, ook al heeft hij zitten tekenen met een balk in zijn oog terwijl hij op de doorns van anderen wijst.
Regisseur Ben Wheatley is een meester in alledaagse situaties volledig uit de hand te laten lopen, waarbij hij de lachers op de hand heeft. In zijn vorige film Sightseers (echt een aanrader overigens) ging een doodnormaal, alledaagse koppel op vakantie, totdat een ongeluk een sinistere draai aan de trip gaf. Sightseers was vooral een absurdistische komedie en leek verder niet iets te symboliseren. Dat is met High-Rise wel anders.
High-Rise grossiert in absurde beelden, bloederig drama en bizarre situaties. Moeiteloos laat je het over je heen komen, steeds weer weet de film te verbazen. De kritiek op de samenleving ligt er redelijk dik bovenop, maar wordt zo stijlvol gebracht dat het niet storend is. Hiddleston acteert zonder al te veel emotie, hetgeen op de lachspieren werkt. Andere personages daarentegen zijn vooral enorm over the top. Een heerlijke soundtrack begeleidt de prachtige beelden, terwijl de teloorgang van een samenleving zich voltrekt.
Abonneren op:
Posts (Atom)



















