24-08-2016

War Dogs



Met War Dogs verbreedt regisseur Todd Phillips (Old School, The Hangover) zijn horizon. Na de katertrilogie die ook kijkers met een naar gevoel achterliet (het origineel daargelaten), zet hij nu het waargebeurde verhaal neer van twee twintigers die een wapendeal voor 300 miljoen dollar met het Pentagon sloten.


Efraim Diveroli en David Packouz zijn beginnende wapenhandelaren. Ze bieden op overheidscontracten die de grote jongens laten schieten, waardoor ze als war dogs worden beschouwd: honden die de restjes opvreten nadat de mensen van tafel zijn. Die restjes bij het Pentagon zijn echter miljoenen waard, vertelt Efraim aan David, en langzaam maar gestaag groeit Efraims bedrijfje AEY Inc.. David is op dat moment gecertificeerd masseur in Miami Beach, er is een kind op komst en omdat Efraim en David oude schoolmaatjes zijn, lijkt het Efraim een puik plan dat ze samen werken.

Aldus geschiedde. Binnen no-time zijn de boys back in town, zwaaien ze met flappen en stroomt het geld binnen. War Dogs  schetst een aantal sleutelscènes, zoals een shady deal in Albanië en het eigenhandig transporteren van 5000 Beretta's van Jordanië naar Bagdad. Middels deze scènes leer je de jongens kennen. David als de zachtaardige van de twee, de people manager en iemand die eigenlijk tegen de oorlog is, maar er tegenwoordig goed aan verdient. Efraim is de gewetenloze, manipulatieve geldwolf met een megalomaan karakter. Hij belazert alles en iedereen voor wat centen. Een grote poster van Scarface, plus de vele verwijzingen naar de film benadrukken Efraims persoonlijkheid.


Het is fijn kijken naar Miles Teller en Jonah Hill, die respectievelijk David en Efraim spelen. Teller heeft zijn komische timing keer op keer bewezen, is grappig en kan ook uit de voeten met een gangsterrol. Hill is de betere acteur en speelt geweldig. Efraim haalt het bloed onder de nagels vandaan met zijn goudkoorts en maniakale lachje. Steeds meer en meer lijkt hij op zijn voorbeeld Tony Montana, met alle gevolgen van dien. War Dogs heeft de vaart er goed in zitten, heeft een vrolijke soundtrack en een fleurig productiedesign.

Toch knaagt er iets.

War Dogs schetst een verhaal dat eigenlijk te bizar is om waar te zijn. Maar wederom geldt: truth is stranger than fiction. Alle mijlpalen uit de carrière van de oorlogshonden zijn waargebeurd, maar het resultaat is desondanks een enigszins ongeloofwaardige film à la Pain and Gain. Dat valt met name regisseur Todd Phillips aan te rekenen, die niet in staat blijkt alle sleutelscènes tot een geheel te smeden. Ondanks enorme hoeveelheden artikelen in kranten, documenten uit rechtszaken, oorlogsdocumenten, facturen èn consultatie door David Packouz zelf, valt de uitwerking van War Dogs simpelweg tegen. Hier had duidelijk meer in gezeten. 

22-08-2016

Lights Out



Lights Out is een originele horrorfilm waarin je je wezenloos schrikt. De momenten dat je uit de bioscoopstoel opveert zijn schaars, maar effectief. Echt een topfilm om 's avonds in de bioscoop te aanschouwen met publiek.


Paul (Billy Burke) loopt door een donkere, schaars aangeklede kledingfabriek. De mannequins staan stil (meestal) en geven al een fijne indruk van het idee achter Lights Out: suspense boven ranzigheid. Paul skypet met z'n zoontje Martin (Gabriel Bateman) en krijgt een waarschuwing van z'n secretaresse: 'I saw something!' Het eerste schrikmoment zit er dan al op en de toon is gezet. Lang duurt het niet voordat Paul zich niet meer onder de levenden bevindt.

Iemand - of iets - dat zich ook niet meer onder de levenden bevindt, maar nog wel bestaat, is Diana. De antagonist is alleen zichtbaar in de schaduw en slaat toe wanneer het licht dooft. Door de sterke openingsscène weet de kijker waar ze toe in staat is. Met haar klauwen en enorme snelheid is ze angstaanjagend, precies zoals de rest van de film dat is. Lang duurt het allemaal niet - nog geen anderhalf uur - maar de emotionele achtbaan met flinke scheuten cortisol is doeltreffend.

Diana zal niet veel later toeslaan in het appartement van Rebecca (Teresa Palmer), Pauls dochter. Diana lijkt het hele gezin te willen ombrengen. Martin bevindt zich ook in dat appartement, gezien de labiele staat van moedertje lief. De relatie tussen kroost en moeder Sophie (Maria Bello) is gerust verstoord te noemen. Sophie blijkt verantwoordelijk voor Diana en een flinke portie jeugdtrauma's. Lights Out geeft een verklaring voor Diana, iets met lichttherapie en experimentele behandelingen, maar een kniesoor die daarop let. Je bent al blij als je vijf minuten bij kan komen van de schrik.


Teresa Palmer en Gabriel Bateman spelen goed. De personages zijn oppervlakkig, maar je leeft al snel met ze mee. Vaak wordt Palmer gecast als lieflijke blondine - begrijpelijk. Ditmaal is ze nerveus, beschermend en creatief en brengt ze Rebecca tot een goed einde. Knap wat ze teweeg brengt met een weinig inhoudelijke rol. Bateman is nog een jochie, maar speelt aandoenlijk en goed. Het is zeker niet storend en dat is al heel wat voor kindacteurs. Maria Bello, de actrice achter de verknipte moeder Sophie, is heerlijk pathetisch en zit in de slachtofferrol, hetgeen haar ook tergend maakt.

Regisseur David F. Sandberg maakte in 2013 zijn korte film met gelijknamige titel. Lights Out is zijn eerste langspeelfilm en de man levert een lekker debuut af in een genre vol met bagger. Lights Out is geen horror op de gory, ranzige manier. Bloed is vrijwel afwezig, evenals andere ranzigheid. Wél aanwezig is een bak heerlijk gedoseerde spanning en angstvallig trage scènes, waarin het zweet de kijker langs de bilnaad klotst. Elke keer als een lampje dooft, een kaars uitwaait of een andere lichtbron het begeeft, loopt de stress tot grote hoogten op.

19-08-2016

Casa Nostra



Casa Nostra wordt gerund door een ex-maffiosi die zijn middagen spendeert achter het raam, pasta rollend op een houten plank. Hij slaat zijn toekomstige gasten gade, zoals hij vroeger door geblindeerde autoraampjes tuurde. Ook mij heeft hij in het vizier, zittend op het terras van Café Bloemers. Langzaam vult de houten tafel zich met deeg, terwijl hij zijn zonden overdenkt.

Je fietst er zo voorbij, cucina italiana tradizionale Casa Nostra, een plekkie van niks. Tussen Anice en Bloemers op de Ceintuurbaan 233 zit het pittoreske, krappe tentje waar je heerlijk Italiaans kunt eten. Buiten is een klein houten terras klaargemaakt. Tussen 6 en half 11 is de keuken geopend en zit het ook vol. Rond een uur of twee loopt de eigenaar naar binnen - een magere, kale Italiaan die helemaal vol met tattoo's zit. Schiffmachers Hanky Panky aan de overkant kan er niets meer bij pennen. Zelfs op z'n kale hoofd prijkt een structuurformule die ik zo snel niet kan ontcijferen - m'n date denkt een of andere drug, dat-ie in zo'n crystal meth fabriek naar zijn hoofd wijst en uitlegt dat-ie deze variant wil - maar het is weer eens wat anders dan een tribal, zullen we maar denken.

M'n date en ik nemen plaats aan een klein tafeltje. Zij op een bankje aan de muur, ik op een comfortabele stoel ertegenover. Omdat de zithoogten tussen beide zetels niet echt met elkaar zijn afgestemd, zit m'n date zo'n tien centimeter hoger dan ik. Op de achtergrond staan de olympische spelen aan: dressuur. Ik weet vrij zeker dat er geen Italiaan op dat paard zit, maar hier staat de tv altijd aan als er sport is. We bestellen beiden een heerlijk glas rode wijn á 5 euro, waarna de kale ex-maffiosi ons de menukaart toont: een krijtbord pontificaal op de tafel. Weinig geïnspireerd en in gebrekkig Nederlands somt hij de gerechten op. Er zijn een stuk of zeven hoofdgerechten, allemaal zo rond de 20 euro. 


De bediening is zakelijk, doch vriendelijk. Het eten zal echter voor zich spreken. We bestellen Beef tagliata en pasta met garnalen en niet veel later staat het eten op tafel. Zo ongeïnspireerd als het praatje was, zo vol passie zit het eten. De biefstuk is heerlijk mals en in reepjes gesneden, met daarnaast rucola, balsamico en parmezaan. Gestoofde aardappelen in plakjes maken het geheel af. De pasta met garnalen is ook meer dan naar wens.

Het interieur is typisch Amsterdams: klein en krap. Zij aan zij eten we onze buikjes rond in dit Italiaanse vreetschuurtje, terwijl de gasten elkaars gesprekken aanhoren. De schade aan het einde van de avond is 48 euro voor twee personen. Daarvoor krijg jij twee hoofdgerechten en twee glazen wijn en het restaurant wat fooi. Mooie tent die overigens elke avond helemaal afgeladen is, dus reserveren is gewenst.

18-08-2016

Equals



In een psychisch statische samenleving vinden twee mensen elkaar in de liefde. Emoties zijn echter verbannen. Het tonen ervan heeft verstrekkende gevolgen. Het is niet voor het eerst dat we een emotieloze dystopie aanschouwen in de bios, maar de uitwerking is origineel.


In een maatschappij waarin emoties niet meer mogen bestaan vinden Nia (Kristen Stewart) en Silas (Nicholas Hoult) elkaar als gelijken. Gehuld in maagdelijk wit bewegen ze zich door de steriele setting op een van de weinige plekken die nog leefbaar zijn na een grote oorlog. Ze zijn niet zoals de rest, ontwikkelen wel gevoelens, maar denken dat de veroorzaker een virus is. Reden van deze gedachte is de dystopische maatschappij die ze middels Minority Report-achtige informatiebulletins informeert over SOS: Switched On Syndrome.

In de samenleving binnen Equals is middels genetische modificatie de emotie volledig uitgeschakeld, nadat emoties hebben geleid tot bijna volledige destructie van de aarde. Geen gek idee, om bijvoorbeeld de Irak-inval als een overdreven emotionele zet te zien nadat twee gebouwen instortten. Mensen leven in Equals als rationele robots, hebben statische omgangsvormen, luisteren naar Beethoven en maken ingewikkelde puzzels in hun vrije tijd. Krijg je SOS, dan activeren de uitgeschakelde genen zich en ontwikkelen mensen emoties. De afvalligen lijken uiteraard op ons, maar de maatschappij ziet ze als paria's die uiteindelijk - als SOS zich in stadium vier bevindt - moeten sterven.


Geen prettig vooruitzicht, voor de kersverse verliefden Nia en Silas. Eerst denken ze een virus te hebben, later zien ze in dat hun relatie hen beiden het leven kan kosten. Een futuristische variant van Romeo en Juliet voltrekt zich, waarin de trage toenadering tussen beide protagonisten lekker is verfilmd. De soundtrack zou niet misstaan bij een film van Nicholas Winding Refn en ook de beelden zijn stilistisch en traag. Zelden zag je zo'n intieme scène in een WC-hokje op het werk.

Nia en Silas zijn niet de enigen met een gemoedstoestand. Hoewel het overgrote deel van de maatschappij emotieloos hun dagen slijt, zijn er meer afvalligen. Jonas (Guy Pearce) en Bess (Jacki Weaver) zijn onderdeel van een verzetsgroep en besluiten het koppel te helpen. Regisseur Drake Doremus bouwt de spanning goed op en blijft de kijker verwennen met fijne beelden en muziek.

Doremus maakt met Equals zijn visie op toekomstige liefde duidelijkRooskleurig is het niet en origineel evenmin, maar Equals is de moeite waard. De trage beelden, de lekkere elektronische soundtrack en het goed uitgewerkt liefdesdrama maakt de film tot een succes.

17-08-2016

Burger 'n Shake



Mag je als lactose-intolerante recensent een oordeel vellen over een burgertent waar milkshakes de helft van het assortiment vormen? Voor u een vraag, voor mij ook een vraag. Maar hier dus een recensie van een van de vele burgertentjes in Amsterdam, de Burger 'n Shake.


Aan het Land van Cocagneplein 1E in Amsterdam, naast de Linnaeusstraat, ligt de Burger 'n Shake. Een stijlvolle tent van buiten gezien met strakke, witte neonletters die de gevel sieren. Buiten staan picknicktafels op een ruim terras. Binnen is het wat krapper, maar voor Amsterdamse begrippen zeker goed te doen. Daan en ik besluiten hier wat te halen. De prijzen zijn zacht, met zo'n zeven euro voor een burger. Doe je er een drankje en frietje bij, ben je voor ongeveer een tientje klaar. Een bijzonder schappelijke prijs.

Bij binnenkomst valt het strakke design op, met wat groen en natuurlijk materialen. Het hipstervirus heeft ook in deze tent huisgehouden, met als klap op de vuurpijl het ordersysteem. Je bestelling wordt opgenomen, waarna je een soort pager krijgt die dan gaat piepen wanneer je bestelling klaar is. Kan je ondertussen in de zon wachten aan een picknicktafel. Topidee.

Moeten die dingen wel werken.

Dat doet de helft dus niet, met als gevolg dat degene die de bestellingen opneemt naar buiten moet, het nummer van de pager omroept en vervolgens geen respons krijgt, omdat iedereen verwacht dat dat ding gaat piepen en trillen, in plaats van dat een gestresste serveerster je komt halen. Bij de pagers die wel werken is er grote onduidelijkheid over de bestellingen, omdat bonnetjes op random dienbladen worden gepleurd.

Onze verbazing over het ordersysteem is aanzienlijk. Ik heb ondertussen degelijkere IT-oplossingen mogen aanschouwen. We nemen aan dat ze hier net zitten, maar een zoektochtje op Facebook leert dat ze al open zijn sinds februari. Hier is wel ruimte voor verbetering.

Dan het eten. Dat is gewoon goed. De burger is mals, smakelijk en de gebruikte ingrediënten vers. De prijs-kwaliteitverhouding is natuurlijk top, want voor eenzelfde menu elders betaal je hier zo vijf euro meer. En dan is die burger echt niet beter. De bestelde Old Cheese Burger, zonder shake maar met cola, harissa mayo (omdat het kon - een soort pikante mayo met sambal erin) en versgemaakte frietekes zijn heerlijk en het vult goed. Zeker een aanrader, deze tent, zelfs met de volstrekt idiote manier van bestellen.

The Shallows


Een grote witte  haai valt surfster Nancy aan, waarna zij op haar geneeskunde- en overlevingsskills is aangewezen. The Shallows is nergens verrassend, maar bouwt de spanning lekker op zonder in al teveel clichés te vervallen.


Nancy (Blake Lively) heeft net haar moeder verloren aan kanker, is geneeskundestudent – dat zal nog van pas komen natuurlijk – en zat er door heen. Ze stopt met studeren en reist af naar een onbestemd surfparadijs in Mexico, een stuk strand waar haar moeder al over sprak. Wat echter een relaxe surfdag had moeten zijn, eindigt in een nachtmerrie wanneer een grote witte haai Nancy aanvalt en zij moet zien te overleven.

De rondborstige blondine Nancy is overduidelijk niet alleen gecast om haar acteertalent. Of ze in dat strakke surfoutfitje paste was waarschijnlijk ook een vereiste. Het past echter wel bij dit soort films, zeker met titels als deze. Vrij oppervlakkig dus, maar dat hoeft de pret niet direct te drukken wanneer zeemonsters mensen aanvallen. Denk bijvoorbeeld aan Piranha 3D.

The Shallows is niet zo schijtlollig en komisch vermakelijk als Piranha 3D. Regisseur Jaume Collet-Sera (hij maakte Orphan en een lading slechte films met Liam Neeson zoals Run All Night) beperkt de humor tot de grappig gevonden sidekick van Nancy: zeemeeuw Steven Seagull. Het is ook ironisch dat het koppel zich op een rots in de branding bevindt, zonder dat ze steun vinden.

Ontwikkeling van plot of personage is afwezig. Laten we wel wezen, het gaat hier om de klassieke haai vs mens strijd die zich alleen in dit soort films afspeelt. The Shallows probeert Nancy nog wat inhoud te geven, maar dat heeft weinig om het lijf. Ze voldoet namelijk precies aan de eisen van een surfer die potentieel een haaienbeet kan overleven: vindingrijk, fit, geneeskundestudent en een doorzetter. Blake Lively maakt het beste van haar personage dat uit hetzelfde materiaal is gesneden als haar surfboard. Ze likt haar wonden, schreeuwt het uit bij tegenslagen, kijkt vastberaden naar de circulerende staartvin aan het zeeoppervlak en twijfelt zelden.


The Shallows doet het met name goed op het vlak waar het in dit soort films om draait: spanning. De keuze voor relatief weinig humor biedt gelegenheid voor angstige momenten en continue dreiging, van zowel de haai als het opkomende tij. De angstaanjagende, groteske haai is fraai vormgegeven middels CGI (want echte haaien doen het niet zo lekker in gevangenschap) en is een lust voor het oog. Nancy ziet de haai ongeveer net zo vaak als het publiek, waardoor het gevoel van naderend onheil toeneemt. Elke keer dat ze onverhoopt in het water terecht komt, weet vaak niemand waar het beest zich bevindt. De camera bevindt zich regelmatig aan het oppervlak, schommelend tussen land en zee. Hierdoor grijpt de haai óók de kijker nietsvermoedend bij de kladden en sleurt hij deze mee de film in.

De ingrediënten verschillen weinig van gelijksoortige films: een agressieve witte haai met een fixatie voor mooie vrouwen, een bak spanning en zonovergoten shots. The Shallows is echter bijzonder spannend, enerverend en kijkt heerlijk weg. En laten we eerlijk zijn, veel meer mag je van dit soort films ook niet verwachten.

16-08-2016

Café Society



Een nieuw jaar, een nieuwe Allen film. Dit keer vormt een onbeantwoorde liefde binnen een driehoeksverhouding de rode draad. In het Hollywood van de jaren dertig toont Allen een hoop decadentie, met af en toe een vleugje oprechtheid.



Woody Allen weet altijd zijn personages op een goede manier te introduceren. In de eerste shots zweeft de camera langs het zwembad van een exorbitant huis om tot stilstand te komen bij Steve Carell. De Amerikaanse komiek en topacteur speelt Phil Stern, een van Hollywoods meest succesvolle agents. Phil kent iedereen, is altijd in de weer en loopt over van energie. De pakken met enorme revers staan hem goed, hij ademt succes en is al vijfentwintig jaar getrouwd met zijn vrouw Karen.

Phils neefje Bobby (Jesse Eisenberg) heeft het even gehad met New York. Hij is een bedeesde, naïeve jongeman die totaal overweldigd is door de pracht en praal van Hollywood. Alles schittert en baadt in romantisch licht, omdat Allen een sepia filter gebruikt voor de scènes in Hollywood om ze zo te onderscheiden van het grauwe New York. Nog het meest onder de indruk is Bobby van Vonnie (Kristen Stewart), Phils secretaresse.


Café Society zou geen Allen-film zijn als niet op zijn minst twee mannen vechten om dezelfde vrouw. De clichés stapelen zich langzaam op, maar Allen komt er mee weg. Soepel en met een hoop jazz vloeien de scènes in elkaar over. De film kijkt lekker weg, zoals meestal het geval is bij Allen, maar kent weinig hoogtepunten. De romance is mierzoet, de beelden overgoten met zon- en kaarslicht en de dialoog zoetsappig. Andere personages die Allen opvoert brengen wat leven in de brouwerij, zoals Bobby's broer en gangster Ben (Corey Stoll) en zijn constant kibbelende Joodse ouders.

Uiteindelijk is Café Society toch een gevalletje dertien in het dozijn van Allen: een bitterzoete komedie over onmogelijke romances en onbeantwoorde liefde. Het jaar 2016 van Allen blijkt een oké jaar te zijn, maar ook niet meer dan dat.

14-08-2016

Les chevaliers blancs



Hoe erg je deze film waardeert hangt waarschijnlijk af van je mening over ontwikkelingshulp en in hoeverre je daar verstand van hebt. Realisme legt het gaandeweg af tegen suspense, maar stoor je je daar niet aan dan is het genieten geblazen.


Als ridders, zo zien sommige werknemers van Move For Kids zichzelf, opkomend voor de medemens in nood. Geen prinses die gevangene is van een moordlustige draak in een luguber kasteel, maar zwarte weeskinderen als gevangenen van een somber toekomstperspectief in een ongespecificeerd Afrikaans land. De blanke ridders arriveren ter plaatse, denken dat alles geregeld is, maar dan kennen ze de Afrikaanse cultuur nog niet. Niks is geregeld, niks werkt, je kan op niemand rekenen en het is bloedheet.

Move For Kids is een organisatie wiens missie pas laat duidelijk is in de film. Les chevaliers blanc richt zich in eerste instantie vooral op alle tegenslagen van de hulpverleners en laat de kijker in het ongewisse. Move For Kids is op zoek naar weeskinderen onder de vijf jaar, maar zie ze maar eens te vinden. Francois, leider van Move For Kids, schakelt de lokale dorpshoofden in biedt geld voor het vinden van weeskinderen. En je ziet het al fout gaan natuurlijk. Eerst zijn er helemaal geen kinderen, na veel aanbetalingen een hoop, en nog wat later blijkt dat de helft niet jonger dan vijf jaar is, laat staan een wees. Ideaal, zo'n land zonder paspoorten en registers.


Middels een journaliste die een documentaire over de missie maakt, zoomt de film in op de problematiek. Francois is gepassioneerd, net als vele collega´s. Move For Kids heeft goede intenties, maar is ook naïef en neemt het niet zo nauw met de wetgeving. De naïviteit - en daarmee tot op zekere hoogte een gebrek aan realisme - komt fijntjes tot zijn recht in het spel van Vincent Landon, de vertolker van Francois. Les chevaliers blancs chargeert de idealen en creëert een scherp contrast tussen de hulporganisatie en de autoriteiten. Effectief is het wel, want tot het einde toe is de film bijzonder spannend.

De spanning is constant aanwezig in de film, al vanaf het moment waarop de jeeps beschoten worden op weg naar het kamp. Niemand is te vertrouwen, constant zijn er conflicten, zowel binnen het kamp tussen de hulpverleners, als buiten het kamp met de locals. De vaart zit er dan ook goed in. Wanneer uiteindelijk de scope van het project van Move For Kids duidelijk wordt, zit je op het puntje van je stoel. Heb je dan de film nog niet afgeschreven wegens een gebrek aan realisme, dan zit je goed.

07-08-2016

El Olivo



Van alle genres is het coming-of-age genre wellicht wel mijn favoriete. Je kan er oneindig veel kanten mee op, filmmakers moeten investeren in de ontwikkeling van de personages, de clash tussen jong en oud bestaat al sinds mensheugenis en clichés zijn tamelijk makkelijk te voorkomen.


In El Olivo vormt een olijfboom de crux. Het zit zo: Alma en haar opa zijn onafscheidelijk en al op vroege leeftijd loopt opa met zijn kleindochter door de plantage. Er staan honderden bomen, maar één is er speciaal. Geplant door de Romeinen, al meer dan tweeduizend jaar oud, met een stam als een monster. Dagelijks gaan ze er kijken en klimt Alma erin.

Opa heeft echter problemen. Niemand koopt nog z'n dure olijfolie en zijn kinderen besluiten de boom te verkopen buiten opa's weten om. Opa is ontroostbaar, Alma ook en nu, enkele jaren later, is opa nog altijd in rouw. Hij zegt niets meer, eet niets meer, dwaalt door de boomgaard en legt steentjes op de plek waar de oude boom ooit stond. De jonge Alma, nu een jaar of zeventien, kan het verdriet niet meer aanzien en zet alles op alles om de boom terug te halen.


El Olivo beschrijft de coming-of-age van Alma en combineert dat met een indringend familiedrama. De vertolkster van Alma, Anna Castillo, is weergaloos. Haar tirades kan ik niet verstaan, maar zijn heerlijk in het Spaans. Ze is een heethoofd, voelt zich onbegrepen en kan gruwelijk tekeer gaan op Mediterraanse wijze. Alma is echter ook komisch, lief en zorgzaam. Haar naïviteit leidt tot een roadtrip met haar niet al te snuggere oom Alca en de jonge hond Rafa die zijn baan riskeert om de liefde van zijn leven te helpen met het terugkrijgen van een boom.

Alma wint met haar practical jokes binnen no-time het publiek. Haar idealen zijn onrealistisch, maar vertederend. Je gunt haar die boom, minder tegenslagen en een opa die weer beter wordt. El Olivo ontroert, voornamelijk door Castillo die een prachtige hoofdrol speelt. Of de onschuld het wint van de realiteit is de vraag, eentje die ik niet wil beantwoorden. Wel is het zaak om deze bijzondere, vertederende film even te zien, zeker als je ook een zwak hebt voor dit genre.

The Man Who Knew Infinity



De Indische autodidact Ramanujan was een van de grootste wiskundigen van de afgelopen eeuw. Vanuit Madras schopt hij het tot Cambridge. Goede reden voor een film over een briljante underdog, maar minder formulewerk was beter geweest.


Over het algemeen gaan biopics over bijzondere mensen. Anders worden ze niet gemaakt, laten we wel wezen. Zo ook in dit geval, want de jonge Ramanujan (Dev Patel) krijgt boodschappen van de Goden, ziet wiskunde en formules als een goddelijke taal en verricht baanbrekend werk met priemgetallen. G. H. Hardy (Jeremy Irons), een oude bachelor wiens IQ z'n EQ ver overtreft, haalt hem naar Cambridge, alwaar hij clasht met de cultuur, de elite en met Hardy zelf.

The Man Who Knew Infinity kampt met veel problemen. Ten eerste is er het algemene probleem van de biopic, want die mag over bijzondere mensen gaan, vaak vervalt ze ook in formulewerk. Bijzondere mensen conflicteren bijna altijd met de samenleving, maar dit conflict eindeloos uitkauwen is een valkuil waar ook deze film in valt. Mede hierdoor is The Man Who Knew Infinity onbedoeld een standaardwerk over een excentrieke man.


Ten tweede zijn er de uitgekauwde clichés van het thuisfront achterlaten voor de beloften van een nieuw land, dat vervolgens natuurlijk tegenvalt. Een secreet van een moeder en Ramanujans kersverse vrouw blijven achter in veelal ongeloofwaardige scènes in India. Dit soort strubbelingen hebben we al zo vaak gezien dat een bijzondere variant erop noodzakelijk is, wil je hier nog van genieten. Patel en Irons acteren aardig en met name de persoonlijke discussies over geloof versus bewijzen doet de film even opleven, maar verder mist de film scherpte en diepgang. Een gemiste kans, want de relatie tussen Hardy en Ramanujan verdient een betere uitwerking. Dat was mogelijk geweest, mits minder aandacht was besteed aan andere afleidingen, zoals India, WO I en het verkrijgen van de fellow status.

Nog een fout is de openingsscène, waarin Hardy in de verleden tijd spreekt over Ramanujan. Deze scène vindt plaats in 1920, en de scène erna met Ramanujan in 1914, dus middels een simpel rekensommetje weet de kijker dat-ie over zes jaar dood is. Beetje jammer, want dat had ik niet geweten. Ook lastig is het uitleggen van hogere wiskunde aan het publiek. De film doet weliswaar een verwaarloosbaar kleine poging, maar kiest ervoor de wiskunde veelal links te laten liggen. Niet alleen voel je je als publiek niet serieus genomen, tevens heb je hierdoor nooit enige voeling met de materie.