03-09-2016

Mechanic: Resurrection


Arthur Bishop had beter dood kunnen blijven. Dat is eigenlijk de enige conclusie die je kunt trekken na het zien van Mechanic: Resurrection.


Het  begon allemaal in 1972, toen de originele versie van The Mechanic uitkwam. Charles Bronson speelde toen Arthur Bishop, een ervaren huurmoordenaar die een jongere vriend traint om mensen uit te schakelen. Alles gaat goed, totdat hun opdrachtgever hen verraadt. In 2011 kwam de remake van The Mechanic uit, gefilmd door Simon West. Aardige actiefilm, met Jason Statham in zijn vaste rol als taaie Brit die probleemloos iedereen om zeep helpt.

De sequel van de remake is verre van aardig. De ingrediënten zijn hetzelfde - met toevoeging van Jessica Alba. Bishop haalt dezelfde stunts uit, springt van een kabelbaan op een passerende hangglider, blaast jachten op, bezoekt vier landen in drie dagen en vermoordt naar schatting zo'n dertig mensen.

Want: zijn oude rivaal heeft z'n meissie ontvoerd en Bishop moet drie man vermoorden om haar terug te krijgen.


Ik heb geen problemen met zo'n plot. Wel heb ik problemen met de uitwerking. Een voorbeeldje:

De eerste persoon die Bishop moet omleggen is Krill, een Afrikaanse warlord. Deze bevindt zich in een maximum security prison in Maleisië. Waarom weet niemand, maar oké. Dus wat doet Bishop in zijn oneindige wijsheid? Hij googlet op 'wanted criminals in Malaysia', vindt er een met een tattoo op zijn gezicht, maakt die tattoo na, vervalst een paspoort met de gegevens van die crimineel en laat zich oppakken. Agenten arresteren hem, kijken in zijn paspoort en de volgende scène loopt hij doodleuk de zwaarbewaakte gevangenis in.

Nou kan je denken: 'Maar Wim, dat is zo gek toch nog niet bedacht?' Nee, an sich niet. Maar Bishop lijkt helemaal niet op die crimineel!

Het is ongekend hoe knullig deze film is opgezet. Bovenstaande voorbeeld staat niet op zichzelf. De makers nemen het publiek totaal niet serieus. Op kinderlijk eenvoudige wijze legt Bishop de mensen om. Originaliteit is volledig afwezig. Helaas geldt dat ook voor humor, degelijke actie en iets dat op acteren lijkt

01-09-2016

Chronic


Chronic won afgelopen jaar op Cannes de Gouden Palm voor het beste scenario. Dat soort aankondigingen zijn soms een lokkertje, maar in dit geval niet. Chronic had nog veel meer palmbladeren kunnen winnen.


De film opent met een enkele take gefilmd vanuit een auto. De camera tuurt naar een oprit. Het duurt zeker vijftien seconden voordat iemand de oprit op loopt, een auto instapt en weg rijdt. We volgen de auto, nog altijd in hetzelfde shot. Langzaam draait de camera naar de bestuurder, Tim Roth, om vervolgens de weg te vervolgen.

Tim Roth speelt David, een verpleger van chronisch zieke mensen. Hij leeft zich volledig in in zijn cliënten. Dat gaat vaak ver. Hij verzorgt een vrouw, Sarah. David wast haar, geeft haar te eten, helpt haar te slapen. Met dezelfde liefde als hij deze vrouw verzorgt, zo bekommert David zich om zijn andere cliënten. Een oude architect met een beroerte. Een vrouw op middelbare leeftijd met kanker. Een gehandicapte jongeman die niets van David wil weten.

Het is bijzonder indrukwekkend hoe David en zijn cliënten in beeld komen. De kijker is onderdeel van de meest kwetsbare momenten van beiden, hetgeen de film bijzonder aangrijpend maakt. Muziek ontbreekt nagenoeg. Scènes zijn net zo traag en slepend als de ziekten zelf. De thematiek is mooi vormgegeven op deze manier. Sober kabbelt Chronic voort, op naar de volgende cliënt.


De manier waarop David omgaat met de chronisch zieken is respectvol, soms komisch en altijd met enorme toewijding en belangstelling. Zelf heb ik dit soort mensen aan het werk gezien in het verpleegtehuis waar ik vroeger in weekenden werkte. Altijd klaar staan voor iedereen. Echt geweldig. Chronic is een prachtig portret van zo’n persoon en zal voor velen in de zorg herkenbaar zijn.

We leren de chronisch zieken kennen, maar David uiteraard ook. Zijn liefde voor Sarah, zijn passie voor zijn werk, maar ook zijn verleden. Er is een scène waarin hij met zijn dochter reflecteert op het verleden, na een periode van lange afwezigheid. Veel woorden spreekt het duo niet, maar elk woord is raak. Wederom is er sprake van één lang shot, waarin David emotioneel instort, weer opkrabbelt en zijn dochter gerust stelt. Geweldig hoe Tim Roth dit brengt. Hij speelt de beste rol van zijn carrière. Hier moet op zijn minst een Oscarnominatie uit voortvloeien.

Chronic is niet bepaald een feestje. Enigszins beduusd verlaat je de zaal, maar wat is deze film mooi gemaakt. De rust, de uitgebreide, lange shots, de afwezigheid van muziek, het ingetogen acteren en zelfs het ontbreken van conflict dragen allemaal bij aan een bijzonder drama. Een zeer ontroerende film. 

31-08-2016

De Noodkreet in de Fles


De Deense rechercheurs van afdeling Q zijn terug. Een nieuwe cold case dient zich aan, waarbij de serie dit keer op de religieuze toer gaat. Altijd bijzonder effectief, zo’n maffe sekte met vage rituelen. En een goed plot is precies waar het de voorgaande delen aan ontbrak.


De Noodkreet in de Fles is het derde deel van een grimmige reeks films over rechercheurs Carl Morck en zijn assistent Assad, gebaseerd op de boeken van Jussi-Adler Olsen. Het eerste deel kwam uit onder zijn Engelse naam The Keeper Of Lost Causes. Voor deel twee werd zowaar een vertaler gevonden, die de film De Fazantenmoordenaars doopte. Leuke titel, slechte film. Tevens verwarrend, want menig bioscoopganger dacht een Nederlandse film te gaan zien. Dat was dus niet zo, al haalde de film met gemak het erbarmelijke niveau van de gemiddelde Nederlandse film. Dat wel.

En nu is er dan deel drie. De vertaler mocht blijven en kwam met De Noodkreet in de Fles. Wederom een prima titel, en nu zowaar ook een prima film. Via flessenpost komt namelijk een zaak aan het licht waarbij kinderen uit zeer religieuze gezinnen worden ontvoerd en vermoord. Aangiftes blijven echter uit. Een mooie klus voor afdeling Q, die nog altijd opereert vanuit dat ondergrondse, schemerige, ieniemienie kantoortje dat we kennen uit de vorige films.

Het goede uit de voorgaande films is behouden: de ijzersterke band tussen Assad, Carl en Rose. Het acteerwerk zit namelijk meer dan snor. Carl is nog altijd even cynisch, zakelijk en socially awkward, met uiteraard geniale, eigenzinnige ingevingen, zoals detectives dat betaamt. Assad en Carl vullen elkaar goed aan. Assad heeft bijvoorbeeld humor, iets waar het Carl aan ontbreekt, hetgeen vooral in de autoscènes blijkt. Carl is makkelijk te verleiden tot een prank, iets waar Assad dankbaar gebruik van maakt. Deze grappige scènes doorbreken op speelse wijze de tamelijk serieuze film.


Waar het de vorige twee films aan ontbrak was een degelijk plot. Gezien het genre, een norse, noir detective, is zo’n degelijk plot een vereiste. Maar met name in De Fazantenmoordenaars was enige logica binnen het verhaal ver te zoeken. Dat is nu wel anders. De zaak, met ook een geweldig spelende moordenaar die doet denken aan Paul Dano’s creepy priester in There Will Be Blood, is interessant. Daarnaast krijgt de zaak gestalte door in te zoomen op de religieuze sekten. Omdat er recent weer kinderen zijn ontvoerd, is de spanning gegarandeerd.

Publiek, recherche en de slachtoffers weten binnen het uur wie de dader is. Dit doet echter niet af aan deze fijne thriller, die mooi opbouwt naar de climax. Daarbij is de verknipte moordenaar de sleutelfiguur. Hij is als een duivelse versie van Johannes de Doper met als favoriete wapen een schaar die hij nog even open doet nadat hij een slachtoffer steekt. De klopjacht die de politie opent, met als beste en spannendste scène een losgeldoverdracht op een trein, voert de kijker mee binnen de wereld van de moordenaar.

30-08-2016

Ben-Hur



De klassieker uit 1959 sleepte elf Oscars in de wacht. Prima idee voor een remake, dachten Paramount en MGM. Wat kan er fout gaan?


Nou, een hoop. Hier volgt een lijstje:
  1. Het is de maandag na de release en we zitten met misschien twintig mensen in de grote zaal van de Pathé Arena naar een IMAX 3D voorstelling te kijken om zes uur ’s avonds. Niet alleen Nederland zit niet te wachten op deze film. De hele wereld zit niet te wachten op deze film. Een groot deel van de investering van zo’n 150 miljoen dollar zullen de makers van dit Bijbelse epos nooit terugzien. Afgelopen weekend leverde de film slechts 19 miljoen dollar op, waarvan slechts zo’n 13 miljoen bij de filmstudio’s belandt.
  2. Critici sabelden de film neer, zoals de Romeinen dat vroeger ook konden. En omdat filmsterren ontbreken om mensen naar de bioscoop te lokken, Morgan Freeman als voice-over daargelaten, heb je degelijke recensies nodig. Die kreeg de film niet. Integendeel, er zijn bijzonder nare dingen gezegd over deze film. Terecht.
  3. In 1959 waren dit soort films over het oude Rome een bezienswaardigheid, alsof je in de antieke stad zelf ronddwaalde. In 2016 kijken we liever naar een eekhoorn, een mammoet en een sabeltandtijger uit de ijstijd. Veel recente films over de oudheid (Gods of Egypt, Immortals, Wrath of the Titans) waren geen (kas)succes. Gladiator was de laatste echt succesvolle film over de Romeinen, in 2000, met een Oscar voor beste film en een half miljard aan opbrengsten. Het is wel een beetje klaar met de oudheid, lijkt het.
  4. Ben-Hur is een christelijk verhaal, met mijlpalen uit Jezus’ leven door de scènes van twee aartsrivalen verweven. De Jood Ben-Hur en de Romein Messala leefden ooit als broeders, maar Messala’s ambitie en Ben-Hurs naïviteit leiden tot grote rivaliteit waarbij haat en wraak het innerlijke vuur voeden. De potentiële doelgroep christenen voor dit soort verhalen is echter aanzienlijk minder dan zestig jaar geleden. Je zal ook het seculiere publiek moeten aanspreken. Ik voelde me niet aangesproken.
  5. Tegenwoordig hebben christenen smaak, de EO-jongerendag niet meegerekend. Dus die zitten hier ook niet op te wachten. Sterker nog, je zou Ben-Hur eerder als godslastering kunnen zien. Mijn Indische collega Shailesh met wie ik deze film keek, vertelde bloedserieus dat als een bioscoop in India een film over een Hindoegod van deze kwaliteit zou uitzenden, het publiek de tent zou afbreken. De Pathé Arena staat er overigens nog.
  6. Jezus komt uit de lucht vallen, in plaats van dat-ie er naar opstijgt. Dat is echt een probleem, want de beste man kent geen introductie. Wederom minder een issue, in 1959, maar nu zien mensen Johan Cruijff als de Messias. Die behoeft echt geen introductie. Die had zonder moeite een melaatse kunnen beschermen, dat had het publiek begrepen. Nu is dat niet het geval. De film draait volledig om de twee broeders, waardoor de christelijke kwinkslag als donderslag bij heldere hemel komt. Heel pijnlijk, die laatste 15 minuten van deze film, waarin de haatdragende Ben-Hur van het ene op het andere moment een vergevingsgezinde, liefdevol christen wordt.

De vraag blijft: waarom is deze film gemaakt? In alle opzichten schiet de film tekort. Qua script, dat echt abominabel is. Qua acteren, waarbij met name Tony Kebbell als Messala het er bijzonder slecht vanaf brengt. Qua special effects, die afgezien van de veldslagen op zee en het paardenracen bijzonder matig zijn, maar wel bakken met geld kosten. Qua alles eigenlijk.

29-08-2016

Criminal


Misdadig slecht, zo is de film toch wel samen te vatten. Kevin Costner gromt en snauwt zijn weg door het halfbakken plot van een actiefilm waar meer in had gezeten, mits Criminal zichzelf wat minder serieus had genomen.


Het geheugen, de kennis en vaardigheden van CIA-agent Bill Pope (Ryan Reynolds) worden overgeplaatst naar de gewetenloze crimineel Jerico (Kevin Costner). In dat geheugen zit namelijk de locatie van The Dutchman, gespeeld door de Amerikaanse acteur Michael Pitt die wanhopig pogingen doet een Nederlands accent te imiteren. De hackende Hollander heeft zich via – en ik citeer – ‘een wormhole in het deep web’ toegang verschaft tot het volledige wapenarsenaal van de USA.

Juist.

Dit soort volstrekt belachelijke ideeën verlaten zonder problemen de bloedserieuze gezichten van een cast vol sterren. Naast Reynolds en Costner zijn ook Tommy Lee Jones als neurochirurg en Gary Oldman als CIA-baas van de partij, allen met gezicht in de plooi. Voor zover Jones’ gezicht dat nog toelaat dan. De CIA zitten achter de locatie van The Dutchman aan, maar ook een crimineel genaamd Heimdahl ziet de mogelijkheden van het Amerikaanse wapennetwerk wel zitten. Een klopjacht op de hacker zal de rest van de film in beslag nemen. Het is de CIA die de Face/Off-achtige operatie in gang zet. Jammer dat het niveau van die film nooit wordt gehaald.


Criminal heeft een hoog tempo. Actiescènes volgen elkaar rap op, maar dat geldt helaas ook voor de clichés. Criminal is het type actiefilm waarin personages worden geïntroduceerd met witte letters in beeld. Het type film waarin alle Londense trekpleisters de revue passeren via helikoptershots zonder dat er scènes plaats vinden. Het type film met achtervolgingen, stillevens van de stad tussen de scènes door, herinneringen en flashbacks die gepaard gaan met pieptonen en wazige beelden, industriële beats. Het type film waarin explosies plaatsvinden door sigaretten in olieplassen te gooien. 

Als er nou af en toe wat te lachen valt tijdens het kijken van Criminal, kan je de film alle onzin die het tentoonspreidt wel vergeven. Het absurde plot is desondanks te gebruiken voor een degelijke actiefilm, maar wat doet Criminal? Een wanstaltige poging Costners personage te ontwikkelen. De gewetenloze psychopaat (‘Hij heeft Frontal Lobe Synroom. Heel zeldzaam. De man kent geen emoties.’) krijgt wegens zijn nieuwe geheugen ook nieuwe emoties. Langzaam verandert hij in een zachtaardige variant van zichzelf en wordt hij zelfs liefdevol opgenomen binnen Bill Pope’s gezin. Het zijn deze scènes die een grondig gebrek aan visie tonen. Regisseur Ariel Vromen (The Iceman, Danika) heeft geen idee wat hij met het ongeloofwaardige plot aan moet. Hetzelfde lot treft de kijker..

27-08-2016

Julieta



Julieta staat op het punt te verhuizen naar Portugal, totdat een terloopse ontmoeting haar herinnert aan haar verloren dochter Antía. Ze blaast de verhuizing af en begint te schrijven, terwijl het publiek over haar schouder mee leest. 


We maken kennis met Julieta (Emma Suárez), een sombere vrouw in de veertig gehuld in designerkleding. De kledij kan echter niet verhullen dat ze wat op haar (k)erfstok heeft. Dan loopt ze Beatriz tegen het lijf, die Julieta vertelt dat ze haar dochter Antía in Oostenrijk heeft gezien. Julieta is van slag. Ze is haar dochter jaren geleden uit het oog verloren, maar de herinneringen draagt ze nog altijd bij zich. Julieta blaast de verhuizing af, pakt de ingepakte dozen weer uit en begint te schrijven.

Middels uitgebreide flashbacks ontdekken we Julieta's verleden. Adriana Ugarte vertolkt Julieta in haar jongere jaren. Ze is een adembenemend mooie vrouw, ondanks die plumeaucoupe. Regisseur Pedro Almodóvar steekt de jeugdige Julieta in fleurige kleding om zo het contrast tussen vroeger en nu extra te benadrukken. Toen was ze nog opgewekt, straalt ze en zit ze bomvol energie. Ze is alles dat Julieta nu niet meer is. Julieta was gelukkig, vond de liefde van haar leven en kreeg een liefdesbaby: Antía.


Het noodlot slaat echter toe en Antía vervreemdt zich van haar ouders. De breuk die ontstaat en zich uitbreidt is heerlijk verfilmd. Langzaam ontrafelt het mysterie zich en krijg je als kijker grip op de situatie. Ook Julieta beseft langzaam wat haar acties in het verleden hebben veroorzaakt en probeert haar fouten uit alle macht recht te zetten. Het levert geweldige, emotionele scènes op waarbij beide actrices sterk acteren.

Almodóvar maakt een paar jaar geleden nog een uitstapje naar zijn roots. I'm So Excited was extravagant, bizar, theatraal, net als zijn eerste films dat waren waarmee hij faam verwierf in de Spaanse underground scene. Maar goed was het niet. De Spaanse meester heeft betere films op zijn palmares, zoals Talk To Her en Volver. Ook The Skin I Live In is een van mijn favorieten, juist om het bizarre plot. Vol verbazing aanschouwde ik dat meesterwerk.

Tien jaar na Volver keert Almodóvar terug naar de dramafilm met vrouwelijke hoofdrollen en dat is fijn om te zien. De Spaanse cineast liet zich inspireren door drie korte verhalen van Alice Munro en toont zich wederom een meester in het vertellen van persoonlijke drama's. Zonder opsmuk dit keer. Vaak zijn Almodóvars films vreemd en leunt hij op absurdisme om zijn publiek te vermaken. Nu niet, want Julieta is drama in haar puurste vorm, met fijn acteerwerk, een goed plot en prachtige scènes.

25-08-2016

Les premiers, les derniers



Les premiers, les derniers is een Belgische noir film in de stijl van Alex van Warmerdam. Regisseur Bouli Lanners maakt een van de mooiste films van het jaar over broederschap, het einde der tijden en de dood.


Twee premiejagers, Cochise (Albert Dupontel) en Gilou (Bouli Lanners) openen de jacht op een beveiligde telefoon met gevoelige inhoud. Gebroederlijk rijden ze in een enorme, zwarte pick-up truck door de Belgische laaglanden, langs verlaten loodsen, industrieterreinen en aftandse wegen. Ze turen op hun tracker - de gestolen telefoon staat uit. Tot er een bliepje klinkt. Heel even staat-ie aan. Dan weer uit, maar ze weten de laatst bekende locatie. Ze zetten de reis voort, met telkens dezelfde soundtrack: een heerlijke westerngitaar die door merg en been jengelt.

De telefoon is gestolen door Willy (David Murgia) en Esther (Aurore Broutin). Willy raakt namelijk constant verdwaald en wil een GPS hebben. Hij weet echter helemaal niet hoe een telefoon werkt. Daarom staat-ie meestal ook uit. Willy is ervan overtuigd dat de wereld weldra zal vergaan en Esther deelt deze mening. Zelf heeft Esther namelijk geen mening. Het fragiele duo dat is uitgekotst door de samenleving wil nog eenmaal het kindje zien van Esther, voordat de apocalyps zich voltrekt.


Het plot van Les premiers, les derniers is surrealistisch, zoals Alex van Warmerdam het zou kunnen schrijven. De uitwerking ervan is ongekend goed, met verrassende plotwendingen en betoverende scènes, zoals wanneer Jezus verschijnt. Cochise vindt de liefde, Gilou de dood. Een existentialistisch vraagstuk dient zich aan wanneer Gilou een hartaanval krijgt na een mummie gezien te hebben. Naast jagers en voortvluchtigen zijn er twee bendes die iedereen opjagen en achtervolgen. Het leidt zelfs tot een heuse shootout. Les premiers, les derniers is een moderne western, met geweldige soundtrack, eenzame wegen, bargevechten, eten in diners en een doorgerookte cast.

Langzaam glijdt de camera over uitgestrekte, verlaten, donkere vlakten. Het ongure, noir landschap waar zelfs de zon niet voor enige saturatie kan zorgen, is met buitengewone schoonheid gefilmd. Super steady en ontzettend traag volgt het ene prachtige shot het andere op. Les premiers, les derniers is traag, zoals het een western betaamt, maar nooit saai. De droge humor van de Belgen past er helemaal bij. De naturel spelende, zeer goede cast creëert vrijwel direct een band tussen publiek en de personages, variërend van de koele premiejagers tot de angstige zwervers.

24-08-2016

War Dogs



Met War Dogs verbreedt regisseur Todd Phillips (Old School, The Hangover) zijn horizon. Na de katertrilogie die ook kijkers met een naar gevoel achterliet (het origineel daargelaten), zet hij nu het waargebeurde verhaal neer van twee twintigers die een wapendeal voor 300 miljoen dollar met het Pentagon sloten.


Efraim Diveroli en David Packouz zijn beginnende wapenhandelaren. Ze bieden op overheidscontracten die de grote jongens laten schieten, waardoor ze als war dogs worden beschouwd: honden die de restjes opvreten nadat de mensen van tafel zijn. Die restjes bij het Pentagon zijn echter miljoenen waard, vertelt Efraim aan David, en langzaam maar gestaag groeit Efraims bedrijfje AEY Inc.. David is op dat moment gecertificeerd masseur in Miami Beach, er is een kind op komst en omdat Efraim en David oude schoolmaatjes zijn, lijkt het Efraim een puik plan dat ze samen werken.

Aldus geschiedde. Binnen no-time zijn de boys back in town, zwaaien ze met flappen en stroomt het geld binnen. War Dogs  schetst een aantal sleutelscènes, zoals een shady deal in Albanië en het eigenhandig transporteren van 5000 Beretta's van Jordanië naar Bagdad. Middels deze scènes leer je de jongens kennen. David als de zachtaardige van de twee, de people manager en iemand die eigenlijk tegen de oorlog is, maar er tegenwoordig goed aan verdient. Efraim is de gewetenloze, manipulatieve geldwolf met een megalomaan karakter. Hij belazert alles en iedereen voor wat centen. Een grote poster van Scarface, plus de vele verwijzingen naar de film benadrukken Efraims persoonlijkheid.


Het is fijn kijken naar Miles Teller en Jonah Hill, die respectievelijk David en Efraim spelen. Teller heeft zijn komische timing keer op keer bewezen, is grappig en kan ook uit de voeten met een gangsterrol. Hill is de betere acteur en speelt geweldig. Efraim haalt het bloed onder de nagels vandaan met zijn goudkoorts en maniakale lachje. Steeds meer en meer lijkt hij op zijn voorbeeld Tony Montana, met alle gevolgen van dien. War Dogs heeft de vaart er goed in zitten, heeft een vrolijke soundtrack en een fleurig productiedesign.

Toch knaagt er iets.

War Dogs schetst een verhaal dat eigenlijk te bizar is om waar te zijn. Maar wederom geldt: truth is stranger than fiction. Alle mijlpalen uit de carrière van de oorlogshonden zijn waargebeurd, maar het resultaat is desondanks een enigszins ongeloofwaardige film à la Pain and Gain. Dat valt met name regisseur Todd Phillips aan te rekenen, die niet in staat blijkt alle sleutelscènes tot een geheel te smeden. Ondanks enorme hoeveelheden artikelen in kranten, documenten uit rechtszaken, oorlogsdocumenten, facturen èn consultatie door David Packouz zelf, valt de uitwerking van War Dogs simpelweg tegen. Hier had duidelijk meer in gezeten. 

22-08-2016

Lights Out



Lights Out is een originele horrorfilm waarin je je wezenloos schrikt. De momenten dat je uit de bioscoopstoel opveert zijn schaars, maar effectief. Echt een topfilm om 's avonds in de bioscoop te aanschouwen met publiek.


Paul (Billy Burke) loopt door een donkere, schaars aangeklede kledingfabriek. De mannequins staan stil (meestal) en geven al een fijne indruk van het idee achter Lights Out: suspense boven ranzigheid. Paul skypet met z'n zoontje Martin (Gabriel Bateman) en krijgt een waarschuwing van z'n secretaresse: 'I saw something!' Het eerste schrikmoment zit er dan al op en de toon is gezet. Lang duurt het niet voordat Paul zich niet meer onder de levenden bevindt.

Iemand - of iets - dat zich ook niet meer onder de levenden bevindt, maar nog wel bestaat, is Diana. De antagonist is alleen zichtbaar in de schaduw en slaat toe wanneer het licht dooft. Door de sterke openingsscène weet de kijker waar ze toe in staat is. Met haar klauwen en enorme snelheid is ze angstaanjagend, precies zoals de rest van de film dat is. Lang duurt het allemaal niet - nog geen anderhalf uur - maar de emotionele achtbaan met flinke scheuten cortisol is doeltreffend.

Diana zal niet veel later toeslaan in het appartement van Rebecca (Teresa Palmer), Pauls dochter. Diana lijkt het hele gezin te willen ombrengen. Martin bevindt zich ook in dat appartement, gezien de labiele staat van moedertje lief. De relatie tussen kroost en moeder Sophie (Maria Bello) is gerust verstoord te noemen. Sophie blijkt verantwoordelijk voor Diana en een flinke portie jeugdtrauma's. Lights Out geeft een verklaring voor Diana, iets met lichttherapie en experimentele behandelingen, maar een kniesoor die daarop let. Je bent al blij als je vijf minuten bij kan komen van de schrik.


Teresa Palmer en Gabriel Bateman spelen goed. De personages zijn oppervlakkig, maar je leeft al snel met ze mee. Vaak wordt Palmer gecast als lieflijke blondine - begrijpelijk. Ditmaal is ze nerveus, beschermend en creatief en brengt ze Rebecca tot een goed einde. Knap wat ze teweeg brengt met een weinig inhoudelijke rol. Bateman is nog een jochie, maar speelt aandoenlijk en goed. Het is zeker niet storend en dat is al heel wat voor kindacteurs. Maria Bello, de actrice achter de verknipte moeder Sophie, is heerlijk pathetisch en zit in de slachtofferrol, hetgeen haar ook tergend maakt.

Regisseur David F. Sandberg maakte in 2013 zijn korte film met gelijknamige titel. Lights Out is zijn eerste langspeelfilm en de man levert een lekker debuut af in een genre vol met bagger. Lights Out is geen horror op de gory, ranzige manier. Bloed is vrijwel afwezig, evenals andere ranzigheid. Wél aanwezig is een bak heerlijk gedoseerde spanning en angstvallig trage scènes, waarin het zweet de kijker langs de bilnaad klotst. Elke keer als een lampje dooft, een kaars uitwaait of een andere lichtbron het begeeft, loopt de stress tot grote hoogten op.

19-08-2016

Casa Nostra



Casa Nostra wordt gerund door een ex-maffiosi die zijn middagen spendeert achter het raam, pasta rollend op een houten plank. Hij slaat zijn toekomstige gasten gade, zoals hij vroeger door geblindeerde autoraampjes tuurde. Ook mij heeft hij in het vizier, zittend op het terras van Café Bloemers. Langzaam vult de houten tafel zich met deeg, terwijl hij zijn zonden overdenkt.

Je fietst er zo voorbij, cucina italiana tradizionale Casa Nostra, een plekkie van niks. Tussen Anice en Bloemers op de Ceintuurbaan 233 zit het pittoreske, krappe tentje waar je heerlijk Italiaans kunt eten. Buiten is een klein houten terras klaargemaakt. Tussen 6 en half 11 is de keuken geopend en zit het ook vol. Rond een uur of twee loopt de eigenaar naar binnen - een magere, kale Italiaan die helemaal vol met tattoo's zit. Schiffmachers Hanky Panky aan de overkant kan er niets meer bij pennen. Zelfs op z'n kale hoofd prijkt een structuurformule die ik zo snel niet kan ontcijferen - m'n date denkt een of andere drug, dat-ie in zo'n crystal meth fabriek naar zijn hoofd wijst en uitlegt dat-ie deze variant wil - maar het is weer eens wat anders dan een tribal, zullen we maar denken.

M'n date en ik nemen plaats aan een klein tafeltje. Zij op een bankje aan de muur, ik op een comfortabele stoel ertegenover. Omdat de zithoogten tussen beide zetels niet echt met elkaar zijn afgestemd, zit m'n date zo'n tien centimeter hoger dan ik. Op de achtergrond staan de olympische spelen aan: dressuur. Ik weet vrij zeker dat er geen Italiaan op dat paard zit, maar hier staat de tv altijd aan als er sport is. We bestellen beiden een heerlijk glas rode wijn á 5 euro, waarna de kale ex-maffiosi ons de menukaart toont: een krijtbord pontificaal op de tafel. Weinig geïnspireerd en in gebrekkig Nederlands somt hij de gerechten op. Er zijn een stuk of zeven hoofdgerechten, allemaal zo rond de 20 euro. 


De bediening is zakelijk, doch vriendelijk. Het eten zal echter voor zich spreken. We bestellen Beef tagliata en pasta met garnalen en niet veel later staat het eten op tafel. Zo ongeïnspireerd als het praatje was, zo vol passie zit het eten. De biefstuk is heerlijk mals en in reepjes gesneden, met daarnaast rucola, balsamico en parmezaan. Gestoofde aardappelen in plakjes maken het geheel af. De pasta met garnalen is ook meer dan naar wens.

Het interieur is typisch Amsterdams: klein en krap. Zij aan zij eten we onze buikjes rond in dit Italiaanse vreetschuurtje, terwijl de gasten elkaars gesprekken aanhoren. De schade aan het einde van de avond is 48 euro voor twee personen. Daarvoor krijg jij twee hoofdgerechten en twee glazen wijn en het restaurant wat fooi. Mooie tent die overigens elke avond helemaal afgeladen is, dus reserveren is gewenst.